MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Eierstokkanker

Kanker van de eierstokken (ovariumcarcinoom) komt het meest voor bij vrouwen tussen 50 en 70 jaar. Uiteindelijk krijgt ongeveer 14 op 100.000 vrouwen per jaar deze vorm van kanker. Eierstokkanker is de op één na meest voorkomende vorm van gynaecologische kanker. Aan eierstokkanker overlijden echter meer vrouwen dan aan enige andere vorm van gynaecologische kanker.

Het risico is verhoogd voor vrouwen die niet zwanger konden worden, die pas op latere leeftijd hun eerste kind hebben gekregen, die vroeg zijn begonnen te menstrueren of die laat de menopauze hebben bereikt. Het risico is ook groter voor vrouwen bij wie baarmoederkanker, borstkanker of dikkedarmkanker in de familie voorkomt. Minder dan 5% van alle gevallen van eierstokkanker houdt verband met het BRCA1-gen, dat ook een rol speelt bij borstkanker. Het gebruik van orale anticonceptiemiddelen verkleint het risico aanzienlijk.

Er zijn vele vormen van eierstokkanker, die ontstaan uit de vele verschillende soorten cellen in de eierstokken. In 80% van de gevallen is er sprake van kanker die op het oppervlak van de eierstokken begint (epitheliaal carcinoom). In de meeste andere gevallen gaat het om kiemceltumoren (die uit onrijpe eicellen ontstaan) en stromaceltumoren (die in bindweefsel ontstaan). Kiemceltumoren komen veel vaker bij vrouwen jonger dan 30 jaar voor. In een enkel geval breidt kanker uit andere delen van het lichaam zich naar de eierstokken uit.

Eierstokkanker kan zich rechtstreeks naar omringende weefsels en via het lymfevaatstelsel naar andere delen van bekken en buik verspreiden. De kanker kan zich ook via de bloedbaan verspreiden en uiteindelijk in andere delen van het lichaam opduiken, vooral in de lever en de longen.

illustrative-material.sidebar 2

Wat is een ovariumcyste?

Een ovariumcyste is een met vocht gevuld blaasje in of op een eierstok. Dergelijke cysten komen vrij veel voor. De meeste zijn goedaardig en verdwijnen vanzelf. Kwaadaardige cysten komen vaker voor bij vrouwen ouder dan 40 jaar.

De meeste goedaardige ovariumcysten veroorzaken geen symptomen. Soms kunnen ze echter pijn of een zwaar of drukkend gevoel in de buik veroorzaken. Geslachtsgemeenschap kan pijnlijk zijn. Als een cyste scheurt of draait, ontstaat een hevige, stekende pijn in de buik. De pijn kan gepaard gaan met misselijkheid en koorts. Sommige cysten produceren hormonen die invloed op de menstruatie hebben. Als gevolg hiervan kunnen de menstruaties onregelmatig of heviger dan normaal zijn. Bij postmenopauzale vrouwen kunnen dergelijke cysten vaginaal bloedverlies veroorzaken. Als een vrouw een van deze symptomen heeft, doet zij er goed aan een arts te raadplegen.

Om de diagnose te kunnen stellen, wordt een inwendig onderzoek uitgevoerd. Met echografie of computertomografie (CT) kan de diagnose worden bevestigd. Als de cyste goedaardig blijkt te zijn, wordt de vrouw geadviseerd om zolang de cyste aanwezig is regelmatig voor inwendig onderzoek terug te komen. Als de mogelijkheid bestaat dat de cyste kwaadaardig is, kunnen de eierstokken worden onderzocht via een laparoscoop, die via een kleine insnijding vlak onder de navel in de buikholte wordt gebracht. Met behulp van bloedonderzoek kan kanker worden bevestigd of uitgesloten.

Goedaardige cysten hoeven niet te worden behandeld. Als een cyste echter groter is dan 5 centimeter en niet vanzelf verdwijnt, of als kanker niet kan worden uitgesloten, kan de cyste worden verwijderd. Soms wordt ook de aangetaste eierstok verwijderd. Kwaadaardige cysten worden samen met de desbetreffende eierstok en eileider verwijderd.

Symptomen en diagnose

Bij eierstokkanker is de aangetaste eierstok vergroot. Bij jonge vrouwen is een vergrote eierstok waarschijnlijk het gevolg van een goedaardig, met vocht gevuld blaasje (cyste). Na de menopauze is een vergrote eierstok echter vaker een aanwijzing voor eierstokkanker.

Veel vrouwen krijgen pas symptomen als de kanker al vergevorderd is. Het eerste symptoom is mogelijk lichte buikklachten die op spijsverteringsproblemen lijken. Andere mogelijke symptomen zijn bijvoorbeeld een opgeblazen gevoel, verminderde eetlust (doordat de maag wordt samengedrukt), pijn door gasvorming en rugpijn. Eierstokkanker veroorzaakt zelden vaginaal bloedverlies.

Uiteindelijk kan de buik zwellen doordat de eierstok groter wordt of door vochtophoping. In dit stadium komen pijn in het bekkengebied, bloedarmoede (anemie) en gewichtsverlies veel voor. In zeldzame gevallen produceren kiemcel- of stromaceltumoren oestrogeen, waardoor het baarmoederslijmvlies buitensporig groeit en de borsten groter worden. Deze tumoren kunnen ook mannelijke hormonen (androgenen) produceren, met als mogelijk gevolg overmatige groei van de lichaamsbeharing, of hormonen die lijken op schildklierhormonen, waardoor hyperthyreoïdie kan ontstaan.

Het is moeilijk eierstokkanker in een vroeg stadium te herkennen. Meestal zijn er namelijk geen symptomen totdat de tumor erg groot is of de kanker zich buiten de eierstokken heeft verspreid. Bovendien veroorzaakt een groot aantal minder ernstige aandoeningen soortgelijke symptomen.

Als een arts tijdens een lichamelijk onderzoek een vergrote eierstok waarneemt, kan hij echografie, computertomografie (CT) of magnetische kernspinresonantie (MRI) laten uitvoeren om onderscheid te kunnen maken tussen een eierstokcyste en een kankergezwel. Als kanker niet waarschijnlijk lijkt, zal de arts de vrouw elke paar maanden opnieuw onderzoeken. Als de arts kanker vermoedt of als de uitslagen van de onderzoeken niet duidelijk zijn, worden de eierstokken onderzocht met behulp van een dunne, flexibele kijkbuis (laparoscoop), die via een kleine insnijding vlak onder de navel wordt ingebracht. Hierbij worden ook stukjes weefsel weggenomen met een instrument dat via de laparoscoop in de buikholte wordt ingebracht. Bovendien wordt meestal bloedonderzoek verricht om de concentraties te bepalen van stoffen die op de aanwezigheid van kanker kunnen wijzen (tumormarkers), zoals carcinoantigeen 125 (CA-125). Op basis van afwijkende concentraties van markers alleen kan de diagnose kanker niet worden bevestigd, maar in combinatie met andere informatie wel.

Als vocht zich in de buik heeft opgehoopt, kan dit via een naald worden opgezogen (geaspireerd) en vervolgens worden onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen.

Prognose en behandeling

Als eierstokkanker wordt vermoed of is vastgesteld, wordt een operatie uitgevoerd om de tumor te verwijderen en om na te gaan in hoeverre de kanker zich heeft uitgezaaid (in welk stadium de kanker verkeert). De prognose is afhankelijk van het stadium. (zie Kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen :IntroductieTabellen)

Als de kanker wordt behandeld, is 70 tot 100% van alle vrouwen met kanker in stadium I en 50 tot 70% van alle vrouwen met kanker in stadium II 5 jaar na de diagnose nog in leven. Van de vrouwen met kanker in stadium III of IV is na 5 jaar slechts 5 tot 40% nog in leven.

De zwaarte van de operatie hangt af van het soort eierstokkanker en van het stadium. Als de kanker zich niet buiten de eierstok heeft verspreid, kan het voldoende zijn alleen de aangedane eierstok en de bijbehorende eileider te verwijderen. Wanneer de kanker zich buiten de eierstok heeft uitgezaaid, worden beide eierstokken en eileiders en de baarmoeder verwijderd, evenals nabijgelegen lymfeklieren en omringende weefsels waarin de kanker zich meestal verspreidt. Bij verder gevorderde eierstokkanker die naar andere delen van het lichaam is uitgezaaid, verbetert de prognose als zo veel mogelijk van de tumor wordt verwijderd.

Na de operatie hoeven vrouwen met een epitheliaal carcinoom in stadium I meestal niet verder te worden behandeld. Bij een andere vorm van kanker in stadium I of bij verder gevorderde eierstokkanker kan met chemotherapie worden geprobeerd alle eventueel achtergebleven kankercellen te vernietigen. De chemotherapie bestaat uit paclitaxel Handelsnaam
Taxol
in combinatie met cisplatine Handelsnaam
Platinol
Platosin
of carboplatine Handelsnaam
Carbosin
Paraplatin
. De meeste vrouwen met kiemceltumoren in een gevorderd stadium kunnen worden genezen met combinatiechemotherapie, vaak bestaande uit bleomycine Handelsnaam
Bleonoxan
, etoposide en cisplatine Handelsnaam
Platinol
Platosin
. Radiotherapie wordt zelden toegepast.

Eierstokkanker in een gevorderd stadium komt meestal terug. Daarom wordt na chemotherapie gewoonlijk de concentratie van tumormarkers bepaald. Als de kanker terugkomt, wordt chemotherapie gegeven, waarbij middelen als topotecan, hexamethylmelamine, ifosfamide, doxorubicine Handelsnaam
Adriblastina
Caelyx
of etoposide worden gebruikt.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Baarmoederkanker

Volgende: Eileiderkanker

Illustraties
Tabellen
Disclaimer