MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Problemen bij de vrouw

Zwangerschapshypertensie. Zwangerschapshypertensie is een complicatie van de zwangerschap. Hierbij ontstaat aan het eind van de zwangerschap of kort na de bevalling hoge bloeddruk. (Indien deze bloeddrukstijging gepaard gaat met eiwituitscheiding in de urine, spreekt men van ‘preëclampsie'.) Zwangerschapshypertensie kan leiden tot voortijdige loslating van de placenta (abruptio placentae) (zie Risicozwangerschappen: Zwangerschapscomplicaties) en tot problemen bij de pasgeborene.

Vruchtwaterembolie. In zeer zeldzame gevallen komt een hoeveelheid vruchtwater (de vloeistof die de foetus in de baarmoeder omgeeft) in de bloedbaan van de vrouw terecht, gewoonlijk tijdens een bijzonder zware bevalling. Het vruchtwater wordt naar de longen van de vrouw gevoerd en kan de slagaders in de longen vernauwen. Deze vernauwing kan resulteren in een snelle hartfrequentie, onregelmatig hartritme, flauwte (collaps), shock of zelfs in hartstilstand en overlijden. De vorming van vele bloedstolsels (disseminated intravascular coagulation (DIC), consumptiecoagulopathie) is een veelvoorkomende complicatie die met spoed moet worden behandeld. (zie Bloedings- en stollingsstoornissen: Diffuse intravasale bloedstolling)

Bloedverlies uit de baarmoeder. Hevig bloedverlies (postpartumhemorragie) uit de baarmoeder nadat de baby is geboren, is een reden tot grote bezorgdheid. Gewoonlijk verliest de vrouw na de bevalling ongeveer een halve liter bloed. Dit bloedverlies wordt veroorzaakt doordat sommige bloedvaten opengaan wanneer de placenta van de baarmoeder loslaat. De samentrekkingen van de baarmoeder helpen deze vaten te sluiten totdat ze kunnen helen.

Er is sprake van hevig bloedverlies tijdens of na het derde stadium van de bevalling (wanneer de placenta wordt geboren) wanneer een vrouw meer dan één liter bloed verliest (norm in Nederland). Ernstig bloedverlies treedt gewoonlijk kort na de bevalling op, maar ook een maand na de bevalling kan nog een bloeding ontstaan.

Overmatig bloedverlies kan worden veroorzaakt doordat de baarmoeder zich na de bevalling niet goed samentrekt. De bloedvaten die bij het loslaten van de placenta werden geopend, blijven in dat geval bloeden. Te zwakke samentrekkingen komen vaak voor als de baarmoeder te sterk is opgerekt, bijvoorbeeld door te veel vruchtwater in de baarmoeder, door meerdere foetussen of door een zeer grote foetus. Ze komen ook voor wanneer na de bevalling een stuk placenta in de baarmoeder achterblijft, wanneer de bevalling lang heeft geduurd of afwijkend verliep, wanneer een vrouw enkele malen eerder zwanger is geweest of wanneer tijdens de weeën en de bevalling een spierverslappend middel is toegediend. Hevige bloedingen kunnen ontstaan als de vagina of baarmoederhals tijdens de bevalling is ingescheurd of ingeknipt of als de concentratie fibrinogeen (dat de bloedstolling bevordert) in het bloed laag is. Een vrouw die na een bevalling overmatig veel bloed heeft verloren, heeft een verhoogd risico dat dit na een volgende bevalling weer gebeurt.

Voor de bevalling neemt een arts maatregelen om overmatig bloedverlies na de bevalling te voorkomen of hierop voorbereid te zijn. Zo wordt nagegaan of de vrouw aandoeningen heeft die het risico van een bloeding vergroten, bijvoorbeeld te veel vruchtwater. Als de vrouw een ongebruikelijke bloedgroep heeft, wordt ervoor gezorgd dat dit type bloed beschikbaar is. Nadat de placenta is uitgedreven, wordt de vrouw ten minste een uur lang gecontroleerd om er zeker van te zijn dat de baarmoeder zich heeft samengetrokken en om vaginaal bloedverlies in te schatten.

Als er een ernstige bloeding ontstaat, wordt de onderbuik van de vrouw gemasseerd om samentrekking van de baarmoeder te bevorderen en krijgt ze met hetzelfde doel via een infuus continu oxytocine Handelsnaam
Syntocinon
toegediend. Als de bloeding niet stopt, kunnen prostaglandinen in de baarmoederspier worden geïnjecteerd om de baarmoeder te laten samentrekken. Mogelijk heeft de vrouw een bloedtransfusie nodig.

De arts zoekt naar de oorzaak van het overmatige bloedverlies. De baarmoeder kan op achtergebleven resten placenta worden onderzocht. Deze kunnen door middel van een curettage worden verwijderd. Hierbij wordt een instrument (curette) ingebracht via de baarmoederhals (die meestal nog geopend is door de bevalling). (zie Symptomen en diagnose van gynaecologische aandoeningen: Curettage)

Met de curette worden de achtergebleven resten placenta verwijderd. Voor deze behandeling moet de vrouw onder narcose worden gebracht. De baarmoederhals en de vagina worden onderzocht op inscheuringen.

Als de baarmoeder niet kan worden gestimuleerd tot samentrekking en de bloeding niet stopt, kunnen de slagaders die de baarmoeder van bloed voorzien, worden afgesloten. De technieken die hiervoor worden gebruikt, hebben meestal geen blijvende nadelige gevolgen, zoals verminderde vruchtbaarheid of menstruatiestoornissen. Verwijdering van de baarmoeder (hysterectomie) is zelden noodzakelijk om de bloeding te stoppen.

Instulping van de baarmoeder (inversio uteri). In zeer zeldzame gevallen zakt de baarmoeder binnenstebuiten door de baarmoederhals tot in of zelfs buiten de vagina. Instulping van de baarmoeder is een medische noodsituatie die onmiddellijk moet worden behandeld. De arts duwt de baarmoeder met de hand terug in de normale positie. Meestal herstelt de vrouw hierna volledig.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Problemen bij de foetus of pasgeborene

Volgende: Problemen met de timing van de weeën

Illustraties
Tabellen
Disclaimer