MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Afwijkingen van de urinewegen

Aangeboren afwijkingen komen in de nieren en urinewegen vaker voor dan in enig ander orgaanstelsel van het lichaam. Afwijkingen kunnen ontstaan in de nieren, de twee urineleiders (buizen die urine van de nieren naar de blaas afvoeren, ook ‘ureters' genaamd), de blaas of de plasbuis (buis waardoor urine uit de blaas het lichaam verlaat, ook wel ‘urethra' genaamd). Elke aangeboren afwijking waardoor de urinestroom wordt belemmerd of vertraagd, kan er de oorzaak van zijn dat er urine achterblijft, wat infecties of vorming van nierstenen tot gevolg kan hebben. Door een afsluiting neemt ook de urinedruk toe, waardoor de nieren en urineleiders na verloop van tijd beschadigd raken.

Symptomen

Veel afwijkingen van de urinewegen veroorzaken geen symptomen. Sommige, zoals nierafwijkingen, kunnen de oorzaak zijn van bloed in de urine door kleine beschadigingen. Infecties als gevolg van afwijkingen kunnen overal in de urinewegen ontstaan en symptomen veroorzaken. Nierbeschadiging is het gevolg van afsluiting, maar gewoonlijk veroorzaakt dit alleen symptomen wanneer de nierfunctie minimaal is geworden. Vervolgens ontstaat nierfalen. Er kunnen nierstenen ontstaan, die bloed in de urine of hevige, krampende pijn in de zij tussen de ribben en de heup (flank) of in de lies of veroorzaken.

Diagnose en behandeling

De technieken die worden toegepast om afwijkingen van de urinewegen vast te stellen, zijn onder meer lichamelijk onderzoek, echografie, mictiecysto-urethrogram (MCUG), nucleaire geneeskundige onderzoeken, intraveneuze urografie en, in zeldzame gevallen, cystoscopie. (zie Symptomen en diagnose bij aandoeningen van de nieren en de urinewegen: Introductie)

Afwijkingen die symptomen veroorzaken of die tot vergrote druk op de nieren leiden, moeten gewoonlijk operatief worden gecorrigeerd.

Aandoeningen van de nieren en urineleiders

Een aantal afwijkingen kan mogelijk tot abnormale ontwikkeling van de nieren leiden. Zo kunnen de nieren op de verkeerde plaats zitten (ectopie), in een verkeerde stand staan (malrotatie), zijn samengegroeid (hoefijzernier) of ontbreken (nieragenesie). Bij het syndroom van Potter, dat tot de dood leidt, ontbreken beide nieren. Het nierweefsel kan zich ook abnormaal ontwikkelen. Een nier kan bijvoorbeeld veel cysten (met vocht gevulde zakjes) bevatten, zoals bij polycysteuze nierziekte. (zie Tubulaire en cysteuze nieraandoeningen: Polycysteuze nieren)

Als de urinestroom bij een zuigeling door een afwijking wordt belemmerd, kan de aangedane nier zo zwellen dat dit zichtbaar wordt en door een arts kan worden gevoeld.

Veel aangeboren nierafwijkingen veroorzaken geen symptomen en worden nooit ontdekt. Sommige afwijkingen verstoren mogelijk de nierfunctie, met nierinsufficiëntie als gevolg, waardoor dialyse of niertransplantatie noodzakelijk kan zijn.

Afwijkingen van de twee buizen die de nieren met de blaas verbinden (de urineleiders), zijn extra urineleiders, verkeerd geplaatste urineleiders en vernauwde of verwijde urineleiders. Door een vernauwde urineleider kan urine niet normaal van de nieren naar de blaas stromen.

Afwijkingen van de blaas en plasbuis

De blaas is soms niet volledig gesloten en mondt dan uit in de buikwand (ectopische blaas). Ook kunnen in de wand van de blaas zakvormige uitstulpingen (divertikels) ontstaan waarin urine kan achterblijven, waardoor soms urineweginfecties ontstaan. De blaasuitgang (de doorgang van de blaas naar de plasbuis) kan vernauwd zijn, waardoor de blaas niet volledig wordt geleegd. In dat geval is de urinestroom zwak.

De plasbuis (urethra) kan afwijkend zijn of zelfs geheel ontbreken. Bij een urethraklep wordt de urinestroom uit de blaas (meestal gedeeltelijk) belemmerd door afwijkend weefsel. Zuigelingen met de afwijking hebben een zwakke urinestroom en urineweginfecties. Ze vertonen mogelijk geen normale gewichtstoename of kunnen bloedarmoede hebben. Minder ernstige afwijkingen veroorzaken mogelijk pas op de kinderleeftijd symptomen. In dat geval zijn de symptomen ook lichter. Bij zuigelingen moet de afsluiting operatief worden opgeheven.

Bij jongens kan de plasbuis op de verkeerde plaats uitmonden, bijvoorbeeld aan de onderzijde van de penis (hypospadie). Bij hypospadie kan de penis naar beneden gebogen zijn (verkromming). Hypospadie en verkromming kunnen operatief worden gecorrigeerd. Ook kan de plasbuis open liggen aan de bovenzijde van de penis als een kanaal in plaats van een gesloten buis (epispadie). Bij jongens en meisjes kan de urinestroom worden belemmerd door een vernauwing in de plasbuis.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Afwijkingen van de hersenen en het ruggenmerg

Volgende: Afwijkingen van het spijsverteringskanaal

Illustraties
Tabellen
Disclaimer