MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Voedingsproblemen
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Voedingsproblemen

Voedingsproblemen bij zuigelingen en jonge kinderen zijn gewoonlijk niet ernstig, maar kunnen in sommige gevallen ernstige gevolgen hebben.

Oprispen (opboeren) betreft het moeiteloos terugvloeien van ingeslikte flesvoeding of borstvoeding via de mond of de neus na een voeding. Bijna alle zuigelingen hebben oprispingen doordat ze tijdens en na voedingen niet rechtop kunnen zitten. Ook is de klep (sfincter of sluitspier) die de afscheiding tussen slokdarm en maag vormt nog niet volledig ontwikkeld en kan daardoor de maaginhoud niet volledig tegenhouden. Het oprispen wordt erger wanneer een zuigeling te snel drinkt of lucht inslikt. Tussen de 7e en de 12e levensmaand stopt het meestal.

Oprispingen kunnen worden verminderd door een zuigeling te voeden voordat hij erge honger heeft, door hem om de 5 minuten te laten boeren en hem tijdens en na een voeding rechtop te zetten. Uit de speen op de fles mogen slechts enkele druppels komen wanneer erop wordt gedrukt of wanneer de fles ondersteboven wordt gehouden. Oprispingen waarvan een zuigeling last lijkt te hebben, die het voeden en de groei verstoren of die tot op de vroege kinderleeftijd blijven bestaan, worden ‘gastro-oesofageale reflux' genoemd en maken mogelijk medische behandeling noodzakelijk. (zie Aandoeningen van het spijsverteringsstelsel: Gastro-oesofageale reflux)

Als de opgerispte voeding groen is (duidt op aanwezigheid van gal), bloed bevat of hoestbuien of verslikking veroorzaakt, is medische behandeling vereist.

Braken is het onaangename, gedwongen opgeven van voeding. Dit is nooit normaal. Bij zuigelingen is braken in de meeste gevallen het gevolg van door een virus veroorzaakte gastro-enteritis. Ook infecties elders in het lichaam kunnen braken veroorzaken. Braken als gevolg van een ernstige medische aandoening treedt minder vaak op. Zuigelingen die tussen 2 weken en 4 maanden oud zijn, kunnen in zeldzame gevallen na voedingen last hebben van krachtig braken (projectielbraken). Dit wordt veroorzaakt door een afsluiting van de maaguitgang (hypertrofische pylorusstenose). Braken kan ook worden veroorzaakt door levensbedreigende aandoeningen, zoals meningitis, darmafsluiting en blindedarmontsteking (appendicitis). Deze aandoeningen veroorzaken gewoonlijk hevige pijn, lusteloosheid en voortdurend braken, waarin na verloop van tijd geen verbetering komt.

Braken veroorzaakt door gastro-enteritis houdt meestal vanzelf op. Uitdroging wordt voorkomen of behandeld door het kind vocht en elektrolyten (zoals natrium en chloride) toe te dienen in oplossingen die onder meer bij apotheken verkrijgbaar zijn. Aan oudere kinderen kunnen ijslolly's of gelatinepudding worden gegeven, maar liever niet met rode kleurstof omdat die, als het kind weer braakt, voor bloed kan worden aangezien. Een kind moet altijd door een arts worden onderzocht als het de volgende symptomen heeft: hevige buikpijn, niet kunnen drinken en geen vocht binnenhouden, lusteloos of zeer ziek overkomen, langer dan 12 uur braken, overgeven met bloed of groene sporen (gal) in het braaksel of niet kunnen plassen. Deze symptomen kunnen mogelijk op uitdroging of een ernstiger aandoening wijzen.

Overvoeding betreft het aanbieden van meer voeding dan een kind voor een gezonde lichamelijke ontwikkeling nodig heeft. Overvoeding kan worden veroorzaakt wanneer kinderen automatisch worden gevoed als reactie op huilen, wanneer ze een flesje krijgen om ze af te leiden of bezig te houden of wanneer ze altijd een flesje bij zich mogen houden. Ook kan overvoeding ontstaan wanneer ouders goed gedrag belonen met voedsel of wanneer ze een kind dwingen zijn eten op te eten, ook al heeft het geen honger meer. Op korte termijn veroorzaakt overvoeding oprispingen en diarree. Op lange termijn kunnen overvoede kinderen overgewicht krijgen. (zie Problemen bij adolescenten: Obesitas)

Ondervoeding betreft het aanbieden van minder voeding dan een kind voor een gezonde lichamelijke ontwikkeling nodig heeft. Ondervoeding is een van de vele oorzaken van achterblijvende groei (zie Problemen bij zuigelingen en zeer jonge kinderen: Groeiachterstand) en kan te maken hebben met het kind of met de zorgverlener. Ondervoeding kan ontstaan wanneer een rusteloze of afgeleide zuigeling niet goed zit om te worden gevoed of moeilijkheden heeft met zuigen of slikken. Ondervoeding kan ook het gevolg zijn van een onjuiste voedingstechniek en verkeerd bereide flesvoeding. (zie Gezonde pasgeborenen en zuigelingen: Flesvoeding)

Armoede en onvoldoende beschikbaarheid van voedzame voedingsmiddelen zijn de belangrijkste redenen voor ondervoeding. Het komt soms voor dat ouders die hun kind mishandelen of ouders met psychische stoornissen hun kinderen opzettelijk voedsel onthouden.

De huisarts en het consultatiebureau kunnen ouders begeleiden bij het bereiden en geven van flesvoeding. Als een zuigeling zo ver onder het verwachte gewicht is dat hij onder toezicht gevoed moet worden, kan de arts het kind voor beoordeling in een ziekenhuis laten opnemen. Als de ouders het kind mishandelen of verwaarlozen, kan de hulp worden ingeroepen van de vertrouwensarts via het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK).

Uitdroging wordt veroorzaakt door overmatig vochtverlies, zoals door braken of diarree of door onvoldoende vochtinname, bijvoorbeeld wanneer een zuigeling via borstvoeding niet voldoende melk binnenkrijgt. Kinderen die matig uitgedroogd zijn, reageren minder op anderen en zijn minder actief of vrolijk, huilen zonder tranen, hebben een droge mond en plassen minder dan twee tot drie keer per dag. Ernstig uitgedroogde kinderen worden slaperig of lusteloos. Soms is uitdroging de oorzaak van een abnormale stijging of daling van de zoutconcentratie in het bloed. Wisselingen in de zoutconcentratie verergeren de symptomen van uitdroging en kunnen de lusteloosheid doen toenemen. In ernstige gevallen kan het kind epileptische aanvallen krijgen of een hersenbeschadiging oplopen en overlijden.

Uitdroging wordt met vocht en elektrolyten als natrium en chloride behandeld. In ernstige gevallen moet vocht intraveneus worden toegediend.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Verlatingsangst

Volgende: Wiegendood

Illustraties
Tabellen
Disclaimer