MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Preventieve gezondheidszorg

Regelmatig onderzoek van hun kind door de huisarts geeft ouders informatie over de groei en ontwikkeling van hun kind. Dergelijke onderzoeken bieden ouders ook de gelegenheid vragen te stellen en advies te vragen. Ook controle door de consultatiebureauarts en eventueel de schoolarts (jeugdgezondheidszorg) spelen hierbij een rol.

Er worden bij een bezoek aan de arts soms diverse metingen, screeningen en vaccinaties uitgevoerd. (zie Gezonde pasgeborenen en zuigelingen:VaccinatiesIllustraties)

Ook worden lengte en gewicht gecontroleerd. Normale groei is een van de aanwijzingen dat de algehele gezondheid van het kind goed is. De hoofdomtrek wordt na de leeftijd van 18 maanden niet langer standaard gemeten. (zie Diagrammen voor beoordeling van lichaamsgroei en -gewicht)

Tijdens het onderzoek kan de arts mogelijk ook het gezichtsvermogen en het gehoor testen. Het bloed van sommige kinderen moet worden onderzocht op bloedarmoede. (zie Bloedarmoede: Introductie)

De leeftijd van het kind en diverse andere factoren bepalen welke onderzoeken worden uitgevoerd. Sommige artsen adviseren ook de urine van het kind te controleren, al is niet vastgesteld dat een dergelijk onderzoek zin heeft.

De arts stelt ook vragen om te weten te komen of het kind zich verstandelijk normaal ontwikkelt. De arts kan bijvoorbeeld vragen of een kind van 18 maanden al is begonnen met praten en of een kind van 7 jaar al is begonnen met lezen. Zo kan de arts ook met de leeftijd samenhangende vragen stellen over het gedrag van het kind. Heeft het kind van 18 maanden driftbuien? Slaapt het kind van 2 jaar 's nachts door? Plast het kind van 6 jaar 's nachts in bed? Ouders en arts kunnen dit soort kwesties bespreken wanneer het kind voor het onderzoek komt en samen een aanpak opstellen voor eventuele gedrags- of ontwikkelingsproblemen.

De veiligheid van het kind wordt tijdens deze onderzoeken besproken. Bepaalde aandachtspunten met betrekking tot de veiligheid hebben te maken met de leeftijd van het kind. Bij een kind van 6 maanden kan de arts het ‘kindveilig' maken van het huis ter sprake brengen, zodat het kind niet per ongeluk een vergiftiging of letsel oploopt. Bij een kind van 5 jaar zou de arts kunnen wijzen op de risico's van bijvoorbeeld gevaarlijk gereedschap in huis. Ouders moeten van de gelegenheid gebruikmaken om onderwerpen aan te snijden die van belang zijn in hun specifieke gezinssituatie. Naarmate het kind ouder wordt, kan het actief aan deze gesprekken deelnemen.

Tot slot voert de arts een volledig lichamelijk onderzoek uit. Behalve het kind van top tot teen te onderzoeken, inclusief hart, longen, buik, geslachtsorganen, hoofd en hals, kan de arts het kind eventueel vragen enkele bij zijn leeftijd passende taken uit te voeren. Om de grof-motorische vaardigheden (zoals lopen en rennen) te controleren kan de arts een kind van 4 vragen op één been te hinken. Om de fijn-motorische vaardigheden (hanteren van kleine voorwerpen) te controleren kan het kind worden gevraagd een tekening te maken of vormen na te tekenen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Lichamelijke ontwikkeling

Volgende: Sociale en emotionele ontwikkeling

Illustraties
Tabellen
Disclaimer