MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Slaapproblemen
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Slaapproblemen

Bij de meeste kinderen komen slaapproblemen met tussenpozen of tijdelijk voor en hoeven vaak niet te worden behandeld.

Nachtmerries: nachtmerries zijn enge dromen die optreden tijdens de REM-slaap (rapid eye movements). (zie Slaapstoornissen: Parasomnieën)

Als een kind uit een nachtmerrie ontwaakt, is het soms klaarwakker en herinnert het zich levendig alle details van de droom. Er is geen reden om bezorgd te zijn over nachtmerries, tenzij ze zeer vaak voorkomen. Ze kunnen vaker voorkomen in perioden van stress of zelfs wanneer het kind een gewelddadige film heeft gezien. Als nachtmerries vaak voorkomen, kunnen ouders proberen de oorzaak te achterhalen door de nachtmerries bij te houden in een schrift.

Angstdromen en slaapwandelen: angstdromen, voorvallen waarbij een kind kort nadat het in slaap is gevallen half wakker wordt en dan uitzonderlijk angstig is, komen het meeste voor op een leeftijd tussen 3 en 8 jaar. Het kind gilt en lijkt zeer angstig, met een snelle hartslag en ademhaling. Het kind lijkt zich niet bewust te zijn van de aanwezigheid van de ouders en praat niet. Het slaat wild om zich heen en laat zich niet kalmeren. Enkele minuten later valt het weer in diepe slaap. Anders dan bij een nachtmerrie herinnert het kind zich achteraf niets van het voorval. Angstdromen zijn aangrijpend omdat het kind gilt en niet getroost kan worden tijdens het voorval. Ongeveer eenderde van de kinderen die angstdromen hebben, slaapwandelt ook, waarbij ze uit bed komen en rondlopen terwijl ze kennelijk nog slapen. Dit wordt ook ‘somnambulisme' genoemd. (zie Slaapstoornissen: Parasomnieën)

Ongeveer 15% van de kinderen tussen 5 en 12 jaar slaapwandelt minstens één keer.

Angstdromen en slaapwandelen (zie Slaapstoornissen: Parasomnieën) houden bijna altijd vanzelf op, al is het mogelijk dat de voorvallen nog jarenlang zo af en toe voorkomen. Gewoonlijk is geen behandeling nodig. Als een stoornis aanhoudt tot op de adolescente of volwassen leeftijd en ernstig is, is behandeling misschien wel nodig. Als behandeling nodig is, verdwijnen angstdromen soms met een slaapmiddel of bepaalde antidepressiva. Dit zijn echter sterke geneesmiddelen die bijwerkingen kunnen hebben. Een slot op de buitenkant van de slaapkamerdeur weerhoudt een kind ervan rond te lopen, maar kan het bang maken.

Niet naar bed willen: kinderen, vooral die tussen 1 en 2 jaar, verzetten zich vaak tegen naar bed gaan. Jonge kinderen huilen vaak wanneer ze alleen worden gelaten in hun bed of ze klimmen eruit om hun ouders te zoeken. Dit gedrag heeft te maken met scheidingsangst (zie Problemen bij zuigelingen en zeer jonge kinderen: Verlatingsangst) en, bij oudere kinderen, met pogingen om meer vat te krijgen op hun leefomgeving.

Het verzet van het kind tegen naar bed gaan wordt niet minder als ouders maar in de kamer blijven om het kind gerust te stellen of het kind uit zijn bed laten komen. Om greep te krijgen op het probleem kan de ouder op een plaats in de gang gaan zitten waar het kind hem kan zien en ervoor zorgen dat het in zijn bed blijft. Op deze manier leert het kind dat het niet uit zijn bed mag komen. Het kind leert ook dat de ouders niet de kamer in kunnen worden gelokt om meer verhaaltjes te vertellen of te spelen. Uiteindelijk zal het kind tot rust komen en gaan slapen. Het kind een hechtingsobject geven (bijvoorbeeld een teddybeer) heeft vaak effect.

's Nachts wakker worden: kinderen worden 's nachts vaak wakker, maar vallen meestal vanzelf weer in slaap. Herhaaldelijk 's nachts wakker worden komt vaak voor na een verhuizing, ziekte of andere stressvolle gebeurtenis. Slaapproblemen kunnen verergeren wanneer het kind aan het eind van de middag lang heeft geslapen of te veel is geprikkeld door spelen vlak voor het slapengaan.

Het kind bij de ouders laten slapen vanwege het nachtelijk ontwaken, verlengt het probleem waarschijnlijk alleen maar. Ook 's nachts spelen met het kind, eten of drinken geven, boos worden of slaan werkt averechts. Het is het beste het kind rustig en gedecideerd weer in bed te stoppen. Een vaste routine voor het slapengaan, zoals een verhaaltje voorlezen, een favoriete pop of doek geven en een nachtlampje laten branden (bij kinderen ouder dan 3 jaar) heeft vaak effect. Ouders en andere verzorgers moeten zich ook elke avond zo veel mogelijk aan een vaste routine houden zodat het kind leert wat van hem wordt verwacht. Door het kind, als het lichamelijk gezond is, 20 of 30 minuten achtereen te laten huilen, leert het dat het zichzelf moet kalmeren, waardoor het nachtelijk ontwaken zal afnemen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Schoolverzuim

Illustraties
Tabellen
Disclaimer