MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Bacteriën zijn eencellige micro-organismen (zie Bacteriële infecties: Introductie) waarvan slechts enkele soorten ziekten bij mensen veroorzaken. De meeste bij kinderen voorkomende bacteriële infecties zijn huidinfecties (waaronder impetigo), oorinfecties en keelontstekingen (angina). Deze aandoeningen worden bij volwassenen en kinderen op dezelfde manier behandeld. Andere infecties komen op elke leeftijd voor, maar bij kinderen moet bij de behandeling met bepaalde factoren rekening worden gehouden.

Bepaalde groepen kinderen hebben een risico van bacteriële infecties. Dit zijn zuigelingen jonger dan 2 maanden, kinderen zonder milt of kinderen met een stoornis van het afweersysteem en kinderen met sikkelcelanemie.

Soms stelt de arts een bacteriële infectie vast aan de hand van de kenmerkende symptomen die de infectie veroorzaken. Gewoonlijk moet echter de bacterie worden aangetoond in weefselmonsters of lichaamsvocht als bloed, urine, pus of cerebrospinale vloeistof (hersen- en ruggenmergvocht). Soms kunnen bacteriën in deze monsters onder een microscoop worden herkend of geidentificeerd met een snelle-opsporingstest. Gewoonlijk zijn ze echter te gering in aantal of te klein om te zien en moeten ze dus in het laboratorium worden gekweekt. Het organisme kweken (een kweek maken) duurt doorgaans 24 tot 48 uur. Een kweek kan ook worden gebruikt om de gevoeligheid van een micro-organisme voor verschillende antibiotica te onderzoeken. Aan de hand van de resultaten kan de arts bepalen welk geneesmiddel moet worden gebruikt om een geïnfecteerd kind te behandelen. In afwachting van de uitslag kan de arts een bepaalde, potentieel gevaarlijke infectie bij een kind preventief met antibiotica behandelen en vervolgens, wanneer de uitslag bekend is, op andere antibiotica overschakelen of de behandeling stopzetten.

illustrative-material.sidebar 1

Bacteriële infecties* die door standaardvaccinaties kunnen worden voorkomen

  • difterie
  • infectie met Haemophilus influenzae type b (meningitis, epiglottitis, sommige ernstige ooginfecties, occulte bacteriëmie)
  • infectie met Streptococcus pneumoniae (pneumonie, meningitis, occulte bacteriëmie, oorinfecties)
  • kinkhoest
  • tetanus

* NB: ook veel virale infecties kunnen met standaardvaccinaties worden voorkomen. (zie Gezonde pasgeborenen en zuigelingen:VaccinatiesIllustraties)

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Acuut reuma

Illustraties
Tabellen
Disclaimer