MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Astma

Astma is een telkens terugkerende aandoening waarbij door bepaalde prikkels de luchtwegen zich tijdelijk vernauwen, waardoor ademhalingsmoeilijkheden ontstaan. (zie Astma)

Astma kan op elke leeftijd ontstaan, maar begint meestal op de kinderleeftijd, vooral in de eerste 5 levensjaren. Sommige kinderen blijven last van astma houden tot ze volwassen zijn, bij andere verdwijnt de aandoening. Er zijn meer kinderen met astma dan ooit tevoren. Het is niet bekend waarom dit zo is, al zijn er wel theorieën over. Bij meer dan 8% van de kinderen in Nederland is astma vastgesteld. Dit is in de afgelopen decennia een stijging met 120%.

De meeste kinderen met astma kunnen aan dezelfde activiteiten deelnemen als hun leeftijdgenootjes, behalve wanneer het astma opvlamt. Een kleiner aantal kinderen heeft matig tot ernstig astma en moet dagelijks preventief geneesmiddelen innemen om te kunnen sporten en normaal te kunnen spelen.

Om onbekende redenen reageren kinderen met astma op bepaalde prikkels (triggers) die bij kinderen zonder astma geen invloed hebben. Er zijn veel potentiële prikkels, maar de meeste kinderen reageren op slechts enkele daarvan. Tot de prikkels behoren irriterende stoffen binnenshuis, zoals sterk geurende stoffen en dampen (parfum, tabaksrook), luchtvervuiling buitenshuis, koude lucht, lichamelijke inspanning, emotionele spanningen, virale luchtweginfecties en verschillende stoffen waarvoor het kind allergisch is, zoals dierlijke huidschilfers, stof of huisstofmijten, schimmels en, buitenshuis, pollen. Bij sommige kinderen kan niet precies worden bepaald welke prikkels hun astma verergeren.

Al deze prikkels veroorzaken dezelfde reactie: bepaalde cellen in de luchtwegen geven chemische stoffen af. Door deze stoffen raken de luchtwegen ontstoken en opgezet en worden de spiercellen in de wand van de luchtwegen tot samentrekking geprikkeld. Herhaalde prikkeling door deze chemische stoffen veroorzaakt een toename van de slijmproductie in de luchtwegen, met als gevolg dat de cellen waarmee de luchtwegen zijn bekleed, worden afgestoten en de spiercellen in de wand van de luchtwegen groter worden. Elk van deze reacties is mede de oorzaak van een plotselinge vernauwing van de luchtwegen (astma-aanval). Tussen de astma-aanvallen in worden de luchtwegen bij de meeste kinderen weer normaal.

Risicofactoren

Het is nog niet geheel duidelijk waarom bepaalde kinderen astma ontwikkelen, maar er zijn verschillende risicofactoren bekend. Als een van de ouders astma heeft, is het risico van astma voor het kind 25%. Als beide ouders astma hebben, neemt het risico toe tot 50%. Kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap heeft gerookt, hebben meer risico astma te krijgen. Kinderen die in een stad wonen, hebben een verhoogd risico van astma, vooral als ze behoren tot sociaal-economisch zwakkere bevolkingsgroepen. Hoewel astma bij een hoger percentage negroïde dan blanke kinderen voorkomt, is de rol die door het ras bepaalde, genetische factoren spelen bij de toename van astma omstreden, omdat negroïde kinderen ook vaker dan blanke kinderen in steden wonen. Kinderen die op jonge leeftijd worden blootgesteld aan grote hoeveelheden allergenen, zoals huisstofmijten of de uitwerpselen van kakkerlakken, hebben een verhoogd risico van astma. Kinderen die op jonge leeftijd bronchiolitis (zie Aandoeningen van de luchtwegen: Bronchiolitis) krijgen, hebben vaak een piepende ademhaling (wheezing) bij latere virusinfecties. De piepende ademhaling kan in eerste instantie als astma worden geïnterpreteerd, maar deze kinderen hebben geen groter risico van astma tijdens de adolescentie dan andere.

Symptomen en diagnose

Aangezien de luchtwegen zich tijdens een astma-aanval vernauwen, ontstaan bij het kind ademhalingsmoeilijkheden, gewoonlijk gepaard met wheezing (piepende ademhaling). Dit hoge, piepende geluid is hoorbaar wanneer het kind uitademt. Niet elke astma-aanval veroorzaakt echter een piepende ademhaling. Licht astma, vooral bij zeer jonge kinderen, heeft mogelijk slechts hoesten tot gevolg. Sommige oudere kinderen met licht astma hoesten meestal alleen bij lichamelijke inspanning of wanneer ze aan koude lucht worden blootgesteld. Ook is het mogelijk dat kinderen met extreem ernstig astma geen wheezing hebben omdat er te weinig luchtdoorstroming is om een geluid te kunnen maken. Bij een ernstige aanval wordt de ademhaling zichtbaar moeilijk en de piepende ademhaling meestal luider. Het kind ademt sneller en met meer moeite en de ribben steken naar voren wanneer het kind inademt. Tijdens zeer ernstige aanvallen hapt het kind naar adem en zit het rechtop, terwijl het voorover leunt. De huid ziet er zweterig en bleek of blauwgetint uit.

De groei van kinderen die regelmatig ernstige aanvallen hebben, is soms vertraagd, maar tegen de tijd dat ze volwassen zijn, hebben ze de groeiachterstand op andere kinderen meestal ingehaald.

Een arts vermoedt astma bij kinderen met herhaalde perioden van wheezing, vooral wanneer van gezinsleden bekend is dat ze astma of allergieën hebben. Kinderen die regelmatig dergelijke perioden doormaken, kunnen worden onderzocht op andere aandoeningen, zoals cystische fibrose (taaislijmziekte) of gastro-oesofageale reflux. Bij oudere kinderen wordt soms longfunctieonderzoek uitgevoerd (zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Longfunctieonderzoek), al is de longfunctie bij de meeste kinderen tussen de astma-aanvallen in normaal.

Prognose, preventie en behandeling

Ruim de helft van de kinderen groeit over astma heen. De kinderen bij wie de ziekte ernstiger is, hebben vaker ook als volwassene astma.

Astma-aanvallen kunnen vaak worden voorkomen door de specifieke prikkels te vermijden die bij een kind een astma-aanval opwekken. Ouders van kinderen met allergieën krijgen meestal het advies om veren kussens, kleden, gordijnen, gestoffeerde meubels, pluche speelgoed en andere potentiële bronnen van stof en allergenen uit de kamer van het kind te verwijderen. Meeroken verergert bij kinderen met astma vaak de symptomen. Als een bepaald allergeen niet kan worden vermeden, kan een arts proberen het kind te desensibiliseren door het injecties met allergenen te geven, al zijn de voordelen van deze injecties voor astma niet goed bekend. Omdat lichaamsbeweging belangrijk is voor de ontwikkeling van een kind, wordt meestal aangeraden beweging niet te vermijden om een astma-aanval te voorkomen, maar vlak ervoor een geneesmiddel tegen astma te gebruiken.

Oudere kinderen of adolescenten met astma gebruiken vaak een piekstroommeter, een apparaatje dat de uitademingssnelheid registreert zodat kan worden bepaald in hoeverre de luchtwegen zijn afgesloten. Deze meting kan worden gebruikt om een reële inschatting te maken van de toestand van het kind.

De behandeling van een acute aanval bestaat uit verwijding van de luchtwegen (bronchodilatatie) en stoppen van de ontsteking. Er zijn diverse inhalatiegeneesmiddelen om de luchtwegen te verwijden, zogeheten ‘bronchodilatatoren'. (zie Astma: Preventie en behandeling)

Bekende voorbeelden van deze middelen zijn salbutamol Handelsnaam
Ventolin
Aerolin
Airomir
en ipratropium Handelsnaam
Atrovent
. Oudere kinderen en adolescenten nemen deze geneesmiddelen gewoonlijk in via een dosisaërosol. Kinderen jonger dan ongeveer acht jaar vinden het vaak gemakkelijker om een inhalator met een voorzetkamer te gebruiken. (zie Astma:IntroductieIllustraties)

Zuigelingen en zeer jonge kinderen kunnen soms een inhalator met voorzetkamer gebruiken als daaraan een passend masker is bevestigd. Wie geen inhalator kan gebruiken, kan thuis inhalatiegeneesmiddelen innemen via een masker dat is verbonden met een vernevelaar, een apparaatje dat het geneesmiddel met behulp van perslucht vernevelt. Salbutamol Handelsnaam
Ventolin
Aerolin
Airomir
kan ook oraal worden ingenomen, maar deze wijze van toedienen is minder effectief dan via inhalatie en wordt alleen gebruikt bij zuigelingen die geen vernevelaar kunnen gebruiken. Kinderen met matig ernstige aanvallen kunnen ook corticosteroïden oraal krijgen toegediend.

Kinderen met ernstige aanvallen worden in het ziekenhuis behandeld met bronchodilatatoren die ze in eerste instantie minstens om de 20 minuten via een vernevelaar toegediend krijgen. Bij kinderen met een ernstige aanval worden meestal oraal of intraveneus corticosteroïden toegediend. Bij ernstige benauwdheid kan salbutamol Handelsnaam
Ventolin
Aerolin
Airomir
en soms magnesiumsulfaat intraveneus worden toegediend.

Kinderen die lichte, niet vaak optredende aanvallen hebben, gebruiken meestal alleen geneesmiddelen tijdens een aanval. Kinderen die vaker of ernstiger aanvallen hebben, moeten ook geneesmiddelen gebruiken als ze geen aanvallen hebben. De frequentie en ernst van de aanvallen bepalen welk geneesmiddel het kind gebruikt. Wanneer er sprake is van onregelmatig optredende en niet zeer ernstige aanvallen, gebruiken kinderen ter voorkoming van aanvallen dagelijks inhalatiecorticosteroïden in een lage dosering. Deze middelen blokkeren de afgifte van de chemische stoffen die de luchtwegen doen ontsteken en ze verminderen een ontsteking. Kinderen met frequenter optredende of ernstiger aanvallen krijgen ook één of meer andere geneesmiddelen, waaronder langdurig werkende bronchodilatatoren als salmeterol Handelsnaam
Serevent
, leukotriënenantagonisten als zafirlukast of montelukast Handelsnaam
Singulair
en inhalatiecorticosteroïden. Als ernstige aanvallen niet met deze geneesmiddelen kunnen worden voorkomen, moeten kinderen mogelijk oraal corticosteroïden innemen. Wanneer aanvallen zich voornamelijk tijdens lichamelijke inspanning voordoen, inhaleren kinderen meestal een dosis van bronchodilatatoren vlak voor de lichamelijke inspanning.

Omdat astma een langdurige aandoening is waarvoor diverse behandelingen bestaan, betrekt een arts ouders en kind bij de behandeling om ervoor te zorgen dat ze een zo goed mogelijk begrip van de aandoening hebben. Ouders en kind moeten leren de ernst van een aanval te bepalen, wanneer geneesmiddelen en een piekstroommeter moeten worden gebruikt, wanneer ze een beroep moeten doen op de arts en wanneer ze naar het ziekenhuis moeten gaan.

Ouders en arts moeten de school, het kinderdagverblijf en anderen informeren over de aandoening van het kind en over de geneesmiddelen die het gebruikt. Sommige kinderen kunnen, al dan niet onder toezicht van een leerkracht, op school hun inhalator gebruiken wanneer dat nodig is.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Bronchiolitis

Illustraties
Tabellen
Disclaimer