MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Vergrote keel- en neusamandelen

De neusamandel en de keelamandelen zijn kleine gebieden van lymfoïd weefsel, die een rol spelen bij de bestrijding van infecties. De keelamandelen bevinden zich aan beide kanten achter in de keel. De neusamandel ligt hoger en verder naar achteren, op de overgang van de neusdoorgang naar de keel. De neusamandel is via de mond niet zichtbaar. Neusamandel en keelamandelen kunnen echter zwellen, bijvoorbeeld wanneer ze zijn geïnfecteerd met bacteriën die faryngitis veroorzaken. Wanneer dit het geval is, komen de keelamandelen meer naar voren en kan de neusamandel de neusdoorgang blokkeren. Gewoonlijk krijgen neusamandel en keelamandelen weer hun normale omvang zodra de infectie voorbij is. Soms blijven ze vergroot, vooral bij kinderen met vaak terugkerende of chronische infecties. Hoewel het zeer zelden voorkomt, kan kanker soms de oorzaak zijn van vergrote keelamandelen of een vergrote neusamandel bij kinderen.

Symptomen

Vergrote neus- en keelamandelen veroorzaken meestal geen problemen. Iets vergrote keelamandelen worden bij peuters en bij adolescenten zelfs als normaal beschouwd. Kinderen bij wie de amandelen zijn vergroot, kunnen echter keelpijn of een onaangenaam gevoel of pijn bij het slikken hebben. Een vergrote neusamandel kan de stem laten klinken alsof de neus is dichtgeknepen en kan bij het kind leiden tot veranderingen in de vorm van het gehemelte en de stand van het gebit.

Wanneer ze ernstigere effecten veroorzaken, worden vergrote amandelen als een probleem gezien. Ze kunnen chronische oorontstekingen en gehoorverlies veroorzaken door afsluiting van de buis van Eustachius en vochtophoping in het middenoor. Ze kunnen ook een steeds terugkerende neusbijholteontsteking (sinusitis) en neusbloedingen veroorzaken. Sommige kinderen hebben obstructieve slaapapneu (zie Slaapstoornissen: Slaapapneu), waarbij snurken en korte periodes van niet ademen elkaar afwisselen. Hierdoor kan de zuurstofconcentratie in het bloed laag worden, wordt het kind 's nachts veelvuldig wakker en is het overdag slaperig. In zeldzame gevallen kan obstructieve slaapapneu veroorzaakt door vergrote neus- en keelamandelen leiden tot ernstige complicaties als hoge bloeddruk in de longen (pulmonale hypertensie) en veranderingen in het hart als gevolg van pulmonale hypertensie (cor pulmonale). (zie Pulmonale hypertensie:IntroductieKader)

Kinderen met vergrote keelamandelen kunnen ook afvallen of onvoldoende aankomen. Dit kan het gevolg zijn van pijn en moeite met eten of van de voortdurende inspanning die het ademen hun kost.

Diagnose en behandeling

De diagnose wordt niet alleen gesteld op basis van de grootte van de keelamandelen. Sterk vergrote keelamandelen kunnen normaal zijn en chronisch ontstoken amandelen kunnen normale afmetingen hebben. In plaats daarvan wordt gekeken of de keelamandelen rood zijn, of de lymfeklieren bij de kaak en in de hals opgezet zijn en wat het effect is van de keelamandelen op de ademhaling. Obstructieve slaapapneu wordt vermoed wanneer ouders melden dat het kind veelvuldig korte perioden niet ademt. Ook kan worden aangeraden een polysomnogram te maken, waarbij tijdens de slaap de zuurstofconcentratie in het bloed wordt bepaald en het kind aan de monitor wordt geobserveerd.

Antibiotica kunnen worden gegeven als de arts denkt dat een bacteriële infectie mogelijk de oorzaak is van de vergrote keelamandelen. Als antibiotica niet effectief zijn of als de arts denkt dat antibiotica geen zin hebben, kan worden aangeraden de keelamandelen en neusamandel operatief te verwijderen. Deze operaties worden respectievelijk ‘tonsillectomie' en ‘adenoïdectomie' genoemd.

Tonsillectomie en adenoïdectomie werden vroeger zeer vaak bij kinderen uitgevoerd, maar tegenwoordig veel minder omdat beter bekend is welke kinderen gebaat zullen zijn bij de operatie. Hiertoe behoren kinderen met obstructieve slaapapneu en kinderen die zeer veel problemen ondervinden bij het spreken en ademen. Een arts kan ook een operatie aanraden als wordt vermoed dat kanker een mogelijke oorzaak van de vergrote amandelen is of als het kind meerdere keel- of oorontstekingen heeft gehad (door sommigen gedefinieerd als zeven of meer ontstekingen in 1 jaar, vijf of meer ontstekingen in een periode van 2 jaar of drie of meer in een periode van 3 jaar). Een arts kan eventueel aanraden bij oorontstekingen, terugkerende neusverstopping of bijholteontstekingen alleen een adenoïdectomie uit te voeren.

Van tonsillectomie en adenoïdectomie is niet aangetoond dat hierdoor verkoudheid, hoesten en andere symptomen minder vaak voorkomen of minder ernstig zijn. Nadat een infectie is verdwenen, moet ten minste 3 weken worden gewacht voor deze ingrepen kunnen worden uitgevoerd.

Tonsillectomie en adenoïdectomie worden doorgaans poliklinisch uitgevoerd. Bij deze operaties treden weinig complicaties op, maar na de ingreep kan het kind mogelijk nog een week pijn en moeite met slikken hebben. Bloedingen komen minder vaak voor als complicatie, maar deze kunnen vanaf de eerste tot de tiende dag na de operatie op elk moment optreden.

illustrative-material.figure-short 2

Plaats van de keel- en neusamandelen

Plaats van de keel- en neusamandelen

De keelamandelen zijn twee, uit lymfoïd weefsel bestaande gebieden aan weerszijden van de keel. De neusamandel, die eveneens uit lymfoïd weefsel bestaat, ligt hoger en verder naar achteren, voorbij het gehemelte, op de plaats waar de neusgangen overgaan in de keel. De neusamandel is niet te zien via de mond.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Otitis media met effusie (OME)

Volgende: Voorwerpen in de oren en neus

Illustraties
Tabellen
Disclaimer