MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Gehoorstoornissen

Ongeveer drie op de 1000 kinderen hebben bij de geboorte een ernstige gehoorstoornis. Eén op de tien wordt geboren met een minder ernstige gehoorstoornis en bij een veel groter aantal kinderen dat bij de geboorte een normaal gehoor heeft, ontstaat voordat ze volwassen zijn een gehoorstoornis. Als een gehoorstoornis niet wordt herkend en behandeld, kan deze het spraakvermogen en de taalperceptie van een kind ernstig hinderen. Deze achterstand kan leiden tot slechte schoolprestaties, pesten door leeftijdgenoten, sociaal isolement en emotionele problemen.

Oorzaken

Genetische afwijkingen zijn de meest voorkomende oorzaak van gehoorstoornissen bij pasgeborenen. Oorontstekingen, waaronder otitis media met effusie, zijn de meest voorkomende oorzaken van gehoorstoornissen bij oudere kinderen, samen met ophoping van oorsmeer. Andere oorzaken bij oudere kinderen zijn verwondingen aan het hoofd, harde geluiden (zoals luide muziek), gebruik van een aminoglycoside (klasse van antibiotica) als gentamicine Handelsnaam
Garamycin
Septopal
Gentamytrex
Garacol
of thiazidediuretica (klasse van vochtafdrijvende middelen), bepaalde virusinfectieziekten (zoals bof), tumors of verwondingen waardoor de gehoorzenuw wordt beschadigd en verwonding met een potlood of ander vreemd voorwerp dat diep in het oor is gestoken. In zeldzame gevallen is een auto-immuunziekte de oorzaak.

Symptomen

Ouders kunnen vermoeden dat hun kind een gehoorstoornis heeft als het niet op geluiden reageert of als het kind problemen heeft met praten of een spraakachterstand heeft. Minder ernstige gehoorstoornissen kunnen minder opvallend zijn en leiden tot symptomen die door ouders en arts verkeerd worden geïnterpreteerd. Kinderen die ouders of anderen die tegen hen praten af en toe, maar niet altijd, negeren, doen dit mogelijk omdat ze een lichte gehoorstoornis hebben. Kinderen die thuis goed praten en horen, maar op school niet, hebben mogelijk een lichte of matige gehoorstoornis die alleen een probleem vormt wanneer ze zich in een ruimte met veel achtergrondlawaai bevinden, zoals een klaslokaal. In het algemeen moeten kinderen op gehoorstoornissen worden onderzocht als ze zich goed ontwikkelen in de ene omgeving, maar aanzienlijke problemen hebben met sociale omgang, gedrag, taal of leren in een andere omgeving.

Screening en diagnose

Omdat het gehoor zo'n belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van een kind, wordt bij alle kinderen rond de eerste levensweken een gehoortest afgenomen.

De test vindt op het consultatiebureau plaats. Het kind wordt onderzocht op de geluiden die gezonde oren zelf voortbrengen als reactie op zachte klikjes met een handapparaat (OAE-test, evoked otoacoustic emissions). Als door dit onderzoek twijfel rijst over het gehoor van het kind, wordt het kind verwezen naar een KNO- of kinderarts. De aanwezigheid van een hersengolfpatroon wordt onderzocht als reactie op geluid (ABR-test, auditory brain stem response). De ABR-test is pijnloos en wordt meestal tijdens de slaap van het kind uitgevoerd. Het onderzoek kan bij kinderen van elke leeftijd worden uitgevoerd. Als de uitslag van de ABR-test afwijkingen laat zien, wordt dit onderzoek na een maand herhaald. Als dan weer gehoorverlies wordt geconstateerd, kan het kind een hoortoestel aangemeten krijgen en is het mogelijk gebaat bij plaatsing in een onderwijsomgeving waarin rekening wordt gehouden met kinderen met een gehoorstoornis.

Er bestaan verschillende methoden om gehoorstoornissen bij oudere kinderen vast te stellen. Een van deze methoden houdt in dat het kind een aantal vragen wordt gesteld om te ontdekken of er sprake is van een achterstand in de normale ontwikkeling van het kind of om na te gaan wat volgens de ouder de problemen met de taal- en spraakontwikkeling van het kind zijn. Ook kunnen de oren van het kind op afwijkingen worden onderzocht. Bij kinderen tussen de 6 maanden en 2 jaar kan worden onderzocht hoe ze op diverse geluiden reageren. Bovendien kan de reactie van het trommelvlies op diverse toonhoogten (tympanometrie) wijzen op aanwezigheid van vocht in het middenoor. Kinderen ouder dan 2 jaar kunnen meestal laten merken dat ze spraak verstaan en begrijpen door ze eenvoudige opdrachten te laten uitvoeren. Met een hoofdtelefoon kan worden onderzocht hoe ze op geluiden reageren.

Behandeling

Sommige oorzaken van gehoorverlies kunnen worden behandeld zodat het kind zijn gehoor weer terugkrijgt. Zo kan een oorontsteking worden behandeld met antibiotica of een operatie, kan oorsmeer handmatig uit het oor worden verwijderd of met oordruppels worden opgelost en kan een cholesteatoom operatief worden verwijderd.

In de meeste gevallen kan de oorzaak van het gehoorverlies bij het kind echter niet worden weggenomen en is een hoortoestel nodig om de stoornis zo veel mogelijk op te heffen.

Er zijn al hoortoestellen voor kinderen vanaf 2 maanden. Kinderen met een lichte of matige gehoorstoornis die zich alleen in het klaslokaal openbaart, kunnen ook profiteren van een draadloos systeem waardoor de stem van de leerkracht rechtstreeks wordt overgebracht naar een luidspreker, hoortoestel of hoofdtelefoon. Elektrische binnenoorprothesen (cochleaire implantaten) zijn apparaatjes die in het binnenoor worden geplaatst om de gehoorzenuw als reactie op geluid met elektrische impulsen te prikkelen. Deze implantaten worden gebruikt voor kinderen met ernstige gehoorstoornissen. (zie Gehoorverlies en doofheid: Preventie en behandeling)

De laatste jaren zijn dove mensen steeds trotser op hun rijke cultuur en hun eigen vormen van communicatie. Veel mensen zijn tegen de ingrijpende behandeling van gehoorstoornissen omdat kinderen hierdoor niet de kans krijgen kennis te maken met de mogelijkheden die de wereld van dove mensen te bieden heeft. Ouders en kinderen die deze benadering in overweging willen nemen, moeten dit met hun arts bespreken.

illustrative-material.sidebar 1

Risicofactoren voor gehoorstoornissen bij kinderen

  • pasgeborenen
    • laag geboortegewicht (in het bijzonder minder dan 1500 gram)
    • lage Apgar-score (lager dan 5 bij 1 minuut of lager dan 7 bij 5 minuten)
    • laag zuurstofgehalte in het bloed of epileptische aanvallen als gevolg van een moeilijke bevalling
    • infectie met rodehond (rubella), syfilis, herpes, cytomegalovirus of toxoplasmose voor de geboorte
    • schedel- of gezichtsafwijkingen, vooral van buitenoor en gehoorgang
    • hoge bilirubinespiegel
    • bacteriële hersenvliesontsteking
    • bloedvergiftiging (sepsis)
    • langdurige beademing via een beademingsapparaat
    • geneesmiddelen (aminoglycosiden, sommige vochtafdrijvende middelen)
    • gehoorverlies op jonge leeftijd bij ouder of bloedverwant
  • oudere kinderen
    Behalve de bovenstaande defecten, ook:
    • hoofdletsel met schedelfractuur of bewustzijnsverlies
    • chronische oorinfectie met vorming van cholesteatoom
    • sommige neurologische aandoeningen, zoals neurofibromatose en neurodegeneratieve aandoeningen
    • blootstelling aan lawaai
    • trommelvliesperforatie als gevolg van een infectie of verwonding

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Faryngitis

Volgende: Knobbels (massa) in de hals

Illustraties
Tabellen
Disclaimer