MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Stoornissen van de vetstofwisseling

Vetten (lipiden) vormen een belangrijke energiebron voor het lichaam. De vetvoorraad van het lichaam wordt voortdurend afgebroken en opnieuw opgebouwd om het evenwicht te bewaren tussen de energiebehoefte van het lichaam en het beschikbare voedsel. Het lichaam beschikt over groepen specifieke enzymen om vetten af te breken en te verwerken. Bepaalde afwijkingen van deze enzymen kunnen leiden tot stapeling van specifieke vetachtige stoffen die normaal door de enzymen zouden worden afgebroken. Na verloop van tijd kunnen ophopingen van deze stoffen voor veel organen schadelijk zijn. Aandoeningen die door vetophoping worden veroorzaakt, worden ‘lipidosen' genoemd.

Ziekte van Gaucher

De ziekte van Gaucher leidt tot stapeling van glucocerebrosiden (een product van de vetstofwisseling) in weefsels. De ziekte van Gaucher is de meest voorkomende lipidose. De ziekte komt vooral voor bij Asjkenazische joden (uit Midden- en Oost-Europa afkomstige joden). De ziekte van Gaucher leidt tot een vergrote lever en milt en een bruinige huidpigmentatie. Door ophoping van glucocerebrosiden in de ogen ontstaan gele vlekken, de zogenoemde ‘pinguecula's'. Ophoping in het beenmerg kan pijn veroorzaken en botweefsel vernietigen.

De meeste patiënten met de ziekte van Gaucher hebben type 1, de chronische vorm, die tot lever- en miltvergroting en botafwijkingen leidt. Dit zijn meestal volwassenen, maar soms hebben ook kinderen type 1. Type 2, de infantiele vorm, ontstaat op de zuigelingenleeftijd. Zuigelingen met deze ziekte hebben een vergrote milt en ernstige afwijkingen aan het zenuwstelsel. Ze overlijden meestal binnen een jaar. Type 3, de juveniele vorm, kan zich op elk moment gedurende de kinderleeftijd manifesteren. Kinderen met de ziekte hebben een vergrote lever en milt, botafwijkingen en langzaam-progressieve afwijkingen van het zenuwstelsel. Kinderen die de adolescente leeftijd bereiken, kunnen nog veel jaren leven.

De ziekte van Gaucher kan vaak met enzymtherapie worden behandeld. Bij deze behandeling wordt het ontbrekende enzym intraveneus toegediend, meestal om de twee weken. Enzymtherapie heeft de meeste kans van slagen wanneer zich geen complicaties met betrekking tot het zenuwstelsel voordoen.

Ziekte van Tay-Sachs

Bij de ziekte van Tay-Sachs hopen zich gangliosiden (een product van de vetstofwisseling) in weefsels op. De ziekte komt vooral voor in families van Oost-Europese joden. Op zeer jonge leeftijd vertonen kinderen met deze ziekte in toenemende mate geestelijke ontwikkelingsachterstand en lijken ze een te lage spiertonus te hebben. Er ontstaat spasticiteit, die wordt gevolgd door verlamming, dementie en blindheid. Deze kinderen overlijden meestal rond de leeftijd van 3 tot 4 jaar. De ziekte van Tay-Sachs kan bij de foetus worden vastgesteld door middel van een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. De ziekte is ongeneeslijk en behandeling is niet mogelijk.

Ziekte van Niemann-Pick

Bij de ziekte van Niemann-Pick leidt het tekort aan een specifiek enzym tot ophoping van sfingomyeline (een product van de vetstofwisseling) of cholesterol. De ziekte van Niemann-Pick kent diverse vormen, afhankelijk van de ernst van het enzymtekort en de ophoping van sfingomyeline of cholesterol. De ernstigste vormen treden vaak in de joodse populatie op. De lichtere vormen komen in alle bevolkingsgroepen voor.

Kinderen met de ernstigste vorm (type A) groeien slecht en hebben meerdere neurologische problemen. Deze kinderen overlijden meestal rond de leeftijd van 3 jaar. Bij kinderen met type B ontstaan er in de huid vetafzettingen, gebieden met donkere pigmentatie en een vergrote lever, milt en lymfeklieren. Ze kunnen ook verstandelijk gehandicapt zijn. Bij kinderen met type C ontstaan symptomen op de kinderleeftijd, met epileptische aanvallen en neurologische achteruitgang.

Sommige vormen van de ziekte van Niemann-Pick kunnen bij de foetus worden vastgesteld door middel van een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Na de geboorte kan de diagnose worden gesteld door middel van een lever- of huidbiopsie (afname van een weefselmonster voor microscopisch onderzoek). Geen enkele vorm van de ziekte van Niemann-Pick kan worden genezen. Kinderen met de ziekte overlijden vaak aan infectie of progressieve disfunctie van het centrale zenuwstelsel.

Ziekte van Fabry

Bij de ziekte van Fabry hopen zich glycolipiden (een product van de vetstofwisseling) in weefsels op. Omdat het defecte gen bij deze zeldzame stoornis op het X-chromosoom ligt, komt de volledige klinische presentatie van de ziekte alleen bij mannen voor, aangezien deze slechts één X-chromosoom hebben (zie Erfelijkheidsleer: Genafwijkingen), al kunnen ook vrouwen enkele verschijnselen vertonen. De ophoping van glycolipiden leidt tot de vorming van goedaardige huidtumoren (angiokeratomen) op het onderste gedeelte van de romp. Het hoornvlies wordt troebel, waardoor het gezichtsvermogen sterk afneemt. Er kan een brandende pijn in armen en benen ontstaan en de patiënt kan koortsaanvallen krijgen. Bij mensen met de ziekte van Fabry ontstaan uiteindelijk nierfalen en hartziekte, al bereiken ze meestal wel de volwassen leeftijd. Nierfalen kan leiden tot hoge bloeddruk, waardoor een CVA (cerebrovasculair accident, ‘beroerte') kan ontstaan.

De ziekte van Fabry kan bij de foetus worden vastgesteld door middel van een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Sinds enige jaren is enzymtherapie mogelijk, waarbij het ontbrekende enzym door middel van transfusie wordt aangevuld. Bij patiënten met nierfalen is mogelijk een niertransplantatie nodig.

Stoornissen van de vetzuuroxidatie

Verscheidene enzymen helpen bij de afbraak van vetzuren, zodat deze in energie kunnen worden omgezet. Door een erfelijk defect of tekort aan een van deze enzymen heeft het lichaam een tekort aan energie en kunnen afbraakproducten als acyl-CoA zich ophopen. Het enzym waaraan in de meeste gevallen een tekort bestaat, is MCAD (medium chain acyl-CoA dehydrogenase). MCAD-deficiëntie is een van de meest voorkomende erfelijke stofwisselingsziekten, vooral bij mensen van Noord-Europese afkomst.

De symptomen ontstaan gewoonlijk tussen de geboorte en het derde levensjaar. Kinderen hebben het meeste risico symptomen te ontwikkelen als ze gedurende een bepaalde periode geen voedsel tot zich nemen (waardoor andere energiebronnen uitgeput raken) of meer behoefte hebben aan calorieën door lichamelijke inspanning of ziekte. De bloedglucosespiegel daalt sterk, waardoor verwardheid of coma ontstaat. Het kind wordt slap en heeft mogelijk last van braken of epileptische aanvallen. Plotseling overlijden kan voorkomen.

In Nederland is in 2003 een begin gemaakt met neonatale screening op MCAD-deficiëntie. Directe behandeling vindt plaats door intraveneus glucose toe te dienen. De behandeling op de lange termijn houdt in dat het kind regelmatig moet eten, nooit een maaltijd mag overslaan en een dieet moet volgen dat koolhydraatrijk en vetarm is. Supplementen van carnitine kunnen effect hebben. Het resultaat op de lange termijn is meestal goed.

illustrative-material.sidebar 1

Andere, zeldzame erfelijke stoornissen van de vetstofwisseling

De ziekte van Wolman ontstaat door stapeling van specifieke typen cholesterol en glyceriden in weefsels. Deze aandoening leidt tot vergroting van milt en lever. De bijnieren verharden als gevolg van calciumafzettingen en er treedt ook vetdiarree op (steatorroe). Zuigelingen met de ziekte van Wolman overlijden meestal rond de leeftijd van 6 maanden.

Cerebrotendineuze xanthomatose ontstaat door stapeling in weefsels van cholestanol, een product van de cholesterolstofwisseling. Deze aandoening leidt uiteindelijk tot coördinatiestoornissen, dementie, cataract (staar) en vetafzettingen (xanthomen) op pezen. De symptomen ontstaan vaak pas na het dertigste levensjaar. Door vroegtijdige toediening van de stof chenodiol kan progressie van de aandoening worden voorkomen, maar reeds aangerichte schade kan niet ongedaan worden gemaakt.

Bij sitosterolemie hopen vetten uit fruit en groenten zich in weefsels en bloed op. De vetstapeling leidt tot atherosclerose, abnormale rode bloedcellen en vetafzettingen op pezen. De behandeling bestaat uit vermindering van de consumptie van voedingsmiddelen die rijk zijn aan plantaardige vetten, zoals plantaardige olie, en toediening van de hars cholestyramine.

Bij de ziekte van Refsum is er sprake van stapeling in de weefsels van fytaanzuur, een product van de vetstofwisseling. Stapeling van fytaanzuur leidt tot zenuw- en netvliesbeschadiging, spastische bewegingen en veranderingen in botten en huid. De behandeling bestaat uit het niet eten van groene vruchten en groenten die chlorofyl bevatten. Plasmaferese, waarbij fytaanzuur uit het bloed wordt verwijderd, heeft soms effect.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Stoornissen van de pyruvaatstofwisseling

Illustraties
Tabellen
Disclaimer