MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Autisme

Autisme is een stoornis waarbij een jong kind geen normale sociale relaties kan opbouwen, taal op een afwijkende manier of geheel niet gebruikt, compulsief en ritualistisch gedrag vertoont en mogelijk geen normaal intelligentieniveau kan ontwikkelen.

Autisme is de meest voorkomende pervasieve ontwikkelingsstoornis (zie Psychische stoornissen: Syndroom van Asperger en PDD-NOS) en doet zich bij 5 op de 10.000 kinderen voor. De symptomen van autisme kunnen zich reeds in de eerste twee levensjaren manifesteren, maar treden altijd voor het derde levensjaar op. De stoornis komt twee- tot viermaal zo vaak voor bij jongens als bij meisjes. Autisme verschilt van geestelijke ontwikkelingsachterstand, hoewel kinderen met autisme vaak aan beide stoornissen lijden.

Het is niet geheel duidelijk wat de specifieke oorzaak van autisme is, al is het duidelijk een biologisch bepaalde aandoening. Verscheidene chromosoomafwijkingen, zoals het fragiele-X-syndroom, dragen bij aan het ontstaan van autisme. Infecties voor de geboorte, bijvoorbeeld met het cytomegalovirus of rodehond (rubella), kunnen ook een rol spelen. Het is echter duidelijk dat autisme niet wordt veroorzaakt door gebrekkig ouderschap, negatieve omstandigheden op de kinderleeftijd of door vaccinatie.

Symptomen

Bij autistische kinderen ontstaan er op minstens drie van de volgende gebieden symptomen: sociale relaties, taal, gedrag en soms intelligentie. De symptomen variëren van licht tot ernstig en belemmeren kinderen vaak in het zelfstandig functioneren op school of in de maatschappij. Bovendien krijgt ongeveer 20 tot 40% van de autistische kinderen, vooral degenen met een IQ (intelligentiequotiënt) lager dan 50, last van epileptische aanvallen voordat ze de adolescentie hebben bereikt.

Sociale relaties: een autistische zuigeling laat zich niet knuffelen en vermijdt oogcontact. Hoewel sommige autistische zuigelingen van streek raken wanneer ze van hun ouders worden gescheiden, is het mogelijk dat ze geen geborgenheid zoeken bij hun ouders zoals andere kinderen doen. Oudere autistische kinderen spelen liever alleen en vormen geen hechte banden met anderen, vooral niet met anderen buiten het gezin. Tijdens interactie met andere kinderen proberen ze niet door middel van oogcontact en gelaatsuitdrukkingen sociaal contact te maken met de ander en ze kunnen de betekenis van de stemmingen en uitdrukkingen van anderen niet begrijpen.

Taal: ongeveer 50% van de autistische kinderen leert nooit praten. De kinderen die wel leren praten, doen dit veel later dan normaal en gebruiken woorden op een vreemde manier. Ze herhalen vaak de woorden die tegen hen worden gezegd (echolalie) of draaien het normale gebruik van voornaamwoorden om, vooral door zichzelf aan te duiden met jij in plaats van ik of mij. Deze kinderen voeren zelden een interactieve dialoog met anderen. Autistische kinderen spreken vaak met een ongewoon ritme en op een ongewone toonhoogte.

Gedrag: autistische kinderen zijn uiterst afkerig van veranderingen, zoals ander voedsel, nieuw speelgoed, nieuw of anders opgesteld meubilair en nieuwe kleren. Ze raken vaak bovenmatig gehecht aan bepaalde levenloze voorwerpen. Ze herhalen vaak bepaalde handelingen, zoals heen en weer bewegen, fladderen met de handen of voorwerpen steeds op dezelfde manier ronddraaien. Sommige kinderen kunnen zichzelf verwonden door repeterende gedragingen als met het hoofd tegen voorwerpen bonken of door zichzelf te bijten.

Intelligentie: ongeveer 70% van de kinderen met autisme heeft een bepaalde mate van geestelijke ontwikkelingsachterstand (een IQ van minder dan 70). Hun testresultaten zijn wisselend: autistische kinderen scoren gewoonlijk hoger op het gebied van motorische en ruimtelijke vaardigheden dan op het gebied van verbale vaardigheden. Sommige autistische kinderen hebben idiosyncratische of ‘afgesplitste' vaardigheden, zoals het vermogen om ingewikkelde hoofdrekensommen te maken of ze beschikken over uitzonderlijke muzikale vaardigheden. Helaas kunnen dergelijke kinderen deze vaardigheden vaak niet op een productieve manier of interactief met anderen gebruiken.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door het kind in een spelkamer nauwlettend te observeren en zorgvuldig vragen te stellen aan ouders en leerkrachten. Eventueel kunnen gestandaardiseerde tests worden gebruikt, zoals de CARS (Childhood Autism Rating Scale). Behalve dat bij het kind gestandaardiseerde tests worden afgenomen, moeten ook bepaalde onderzoeken worden uitgevoerd om te ontdekken of er onderliggende behandelbare of erfelijke aandoeningen zijn, bijvoorbeeld erfelijke stofwisselingsziekten (zie Erfelijke stofwisselingsziekten: Introductie) of het fragiele-X-syndroom. (zie Chromosomale en genetische afwijkingen: Fragiele-X-syndroom)

Prognose en behandeling

De symptomen van autisme blijven gewoonlijk het gehele leven bestaan. De prognose wordt in sterke mate beïnvloed door de hoeveelheid bruikbare taal die het autistische kind rond de leeftijd van 7 jaar heeft verworven. Autistische kinderen met een lager dan normaal intelligentieniveau (kinderen die bijvoorbeeld lager dan 50 scoren bij een standaard IQ-test) zullen als volwassenen waarschijnlijk volledige verzorging in een instelling nodig hebben.

Autistische kinderen hebben soms baat bij bepaalde intensieve gedragsveranderingstherapieën. Bij kinderen met een normaal IQ heeft psychotherapie gericht op het verbeteren van de problemen in de omgang met anderen, mogelijk effect. Speciaal onderwijs is essentieel voor deze kinderen en omvat vaak spraak-, bezigheids-, fysio- en gedragstherapie in het kader van een leerplan dat geschikt is voor kinderen met autisme.

Een behandeling met geneesmiddelen kan de onderliggende aandoening niet veranderen. Selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) als fluoxetine Handelsnaam
Prozac
, paroxetine Handelsnaam
Seroxat
en fluvoxamine Handelsnaam
Fevarin
kunnen echter de ritualistische gedragingen van autistische kinderen vaak wel doen afnemen. Antipsychotische middelen als risperidon Handelsnaam
Risperdal
worden soms gebruikt om zelfbeschadigend gedrag te verminderen, al moet rekening worden gehouden met bijwerkingen (zoals bewegingsstoornissen).

Sommige ouders proberen hun kind te helpen met speciale diëten, maag-darmbehandelingen of immunologische behandelingen, maar er is geen bewijs dat een van deze behandelingen bij kinderen met autisme effect heeft.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Depressie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer