MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Onderkoeling

Men spreekt van onderkoeling bij een gevaarlijk lage lichaamstemperatuur.

Onderkoeling ontstaat wanneer het lichaam meer warmte verliest dan kan worden aangevuld door de stofwisseling te versnellen (door lichamelijke inspanning) of door opwarming via een externe warmtebron als de zon. Wind versterkt het warmteverlies, evenals zitten of liggen op een koud oppervlak of in water worden ondergedompeld. Plotselinge onderdompeling in extreem koud water kan binnen 5 tot 15 minuten tot dodelijke onderkoeling leiden. Toch zijn er ook gevallen bekend van mensen die langdurige onderdompeling in ijskoud water, soms wel een uur, hebben overleefd. Het betrof dan meestal zuigelingen. De extreme temperatuurovergang vertraagt het basaal metabolisme waardoor de hersenen met minder zuurstof tot ongeveer 1 uur na onderdompeling kunnen voortbestaan voordat dodelijke hersenbeschadiging intreedt. Onderkoeling kan ook optreden na langdurige onderdompeling in water dat niet extreem koud is.

Het grootste risico lopen mensen die onbeweeglijk in een koude omgeving liggen, bijvoorbeeld in geval van een cerebrovasculair accident (‘beroerte') of bewusteloosheid door vergiftiging of letsel. Omdat deze mensen niet bewegen, produceren ze minder warmte en zijn ze bovendien niet in staat om de koude omgeving te verlaten. Bij deze mensen bestaat het gevaar voor onderkoeling al bij een omgevingstemperatuur van 13 tot 16 °C. In het bijzonder zeer jonge kinderen en hoogbejaarden vormen een risicogroep. Mensen in deze leeftijdsgroepen zijn vaak minder goed in staat om de koude te compenseren en zijn afhankelijk van anderen die voorzorgsmaatregelen kunnen treffen om ze warm te houden. Hoogbejaarde mensen raken vaak onderkoeld doordat ze urenlang onbeweeglijk in een koude ruimte zitten. Zuigelingen raken hun lichaamswarmte al snel kwijt vanwege de oppervlakte-inhoudverhouding en zijn in het bijzonder gevoelig voor onderkoeling.

Symptomen

De eerste symptomen zijn onder andere hevige rillingen en klappertanden. Als de lichaamstemperatuur tot onder de 34 °C daalt, stoppen de rillingen en worden de bewegingen traag en onbeholpen. Het slachtoffer reageert trager en kan niet meer helder denken of oordelen. Hij kan vallen, verdwalen of simpelweg gaan liggen om te rusten. Als de lichaamstemperatuur blijft dalen tot onder de 30 °C, krijgt de persoon last van toenemend bewustzijnsverlies en spierstijfheid. Hartslag en ademhaling worden trager en zwakker. Onder de 28 °C heeft de persoon kans op ongecontroleerde samentrekkingen van de hartspieren. Onder de 26 °C raakt de persoon in coma en onder de 24 °C ontstaat longoedeem (vochtophoping in de longen). Uiteindelijk volgt dan een hartstilstand.

Hoe lager de lichaamstemperatuur, des te groter de kans dat de persoon overlijdt. De dood kan intreden als de lichaamstemperatuur lager wordt dan 31 °C, maar meestal pas bij een lichaamstemperatuur onder de 28 °C.

Diagnose en behandeling

Onderkoeling wordt vastgesteld door de lichaamstemperatuur met een thermometer te meten, meestal rectaal. Gewone thermometers registreren geen lagere temperatuur dan 34 °C en bij ernstige onderkoeling moet de lichaamstemperatuur dan ook met een speciale thermometer worden bepaald.

In de eerste fasen is herstel al mogelijk door iemand warme droge kleding aan te trekken of iets warms te laten drinken. Als het slachtoffer in bewusteloze toestand wordt aangetroffen, dient verder warmteverlies te worden voorkomen door hem in een warme droge deken te wikkelen en zo mogelijk naar een warme ruimte te brengen in afwachting van vervoer naar een ziekenhuis. Vaak is er geen voelbare polsslag en geen hoorbare hartslag, hoewel het hart nog wel zwak klopt. Het slachtoffer moet uiterst voorzichtig worden behandeld, omdat een plotselinge schok kan leiden tot een hartritmestoornis (aritmie), die mogelijk de dood tot gevolg heeft. Als iemand lijkt te ademen, hoe zwak ook, wordt om deze reden hartmassage (cardiopulmonale resuscitatie, CPR) buiten het ziekenhuis afgeraden. Omdat het voor iemand zonder medische ervaring moeilijk is een zeer zwakke ademhaling en hartslag te voelen, wordt hartmassage buiten het ziekenhuis bij een onderkoeld persoon door sommige artsen afgeraden. Als een hartstilstand is geconstateerd, dient direct met hartmassage en beademing te worden begonnen. Specialistische reanimatiebehandelingen zullen aanvankelijk zinloos zijn en in het ziekenhuis worden geïntroduceerd als de lichaamstemperatuur van de patiënt toeneemt.

In het ziekenhuis warmen artsen het slachtoffer op met verwarmde zuurstof en met warm vocht, dat wordt toegediend via een infuus of via een kunststof slang in de buik- of borstholte. Het bloed wordt daarnaast soms opgewarmd door middel van zogeheten ‘hemodialyse' (waarbij het bloed uit het lichaam wordt gepompt en via een filter met verwarmingseenheid weer terug in het lichaam komt) of met een hart-longmachine (die het bloed uit het lichaam pompt, het opwarmt, zuurstof toevoegt en het vervolgens weer in het lichaam terugpompt).

Er zijn gevallen bekend waarbij mensen geen teken van leven vertoonden toen ze onderkoeld in een ziekenhuis werden binnengebracht, maar toch herstelden. Daarom gaan artsen meestal door met een reanimatiepoging totdat het lichaam volledig is opgewarmd.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Koudeletsel zonder bevriezing

Illustraties
Tabellen
Disclaimer