MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Bevriezing

Bevriezing is koudeletsel waarbij een gedeelte van het lichaam bevroren raakt.

Beschadiging door bevriezing ontstaat door een combinatie van factoren. Door bevriezing worden bepaalde cellen vernietigd, terwijl andere overleven. Doordat bloedvaten zich door koude vernauwen, kan weefsel dat vlakbij het bevroren gedeelte ligt, maar zelf niet bevroren is, beschadigd raken als gevolg van de verminderde doorbloeding. Soms leidt de koude ook tot stolselvorming in de kleine bloedvaatjes in dit weefsel. Deze stolsels kunnen de bloedtoevoer zo sterk belemmeren dat het weefsel afsterft. Wanneer de bloedcirculatie in het aangetaste gebied weer op gang komt, geeft het beschadigde weefsel een aantal stoffen af die ontsteking bevorderen. Een dergelijke ontsteking verergert de schade die door de koude is aangericht. Bovendien komen er tijdens de opwarming van het bevroren weefsel giftige stoffen in het bloed. Deze giftige stoffen kunnen hartritmestoornissen (aritmieën) veroorzaken. Artsen controleren de hartfunctie en de bloedwaarden van deze giftige stoffen dan ook regelmatig.

Bij blootstelling aan temperaturen beneden het vriespunt bestaat voor alle delen van het lichaam het risico van bevriezing. Hoe groot dat risico is, wordt bepaald door de temperatuur en de duur van de blootstelling eraan. De belangrijkste risicogroepen voor bevriezing worden gevormd door mensen met een slechte bloedsomloop als gevolg van diabetes mellitus of hypertensie, met vaatvernauwing (atherosclerose, die kan zijn veroorzaakt door roken). Daarnaast lopen mensen met bepaalde neurologische aandoeningen meer kans op bevriezing. Belemmering van de bloedtoevoer door te krappe handschoenen of laarzen of bepaalde geneesmiddelen verhogen het risico van bevriezing. Onbedekte handen en voeten en een onbeschermd gezicht zijn het kwetsbaarst. Contact met vocht of metaal versnelt het bevriezingsproces en levert een groot risico op.

Symptomen

De symptomen hangen samen met de diepte en omvang van het bevroren weefselgebied. Bij ondiepe bevriezing ontstaat een gevoelloos wit huiddeel dat na opwarming losraakt. Iets diepere bevriezing veroorzaakt blaren en zwelling van het aangetaste gebied. Bij nog diepere bevriezing wordt de ledemaat gevoelloos, koud en hard. Het gebied ziet dan bleek en voelt koud aan. Vaak ontstaan er blaren. Blaren gevuld met kleurloos vocht duiden op geringere schade dan blaren die met een bloederig vocht gevuld zijn.

De ledemaat kan grijs en week worden (vochtig gangreen). Als er sprake is van vochtig gangreen, moet de ledemaat in veel gevallen worden geamputeerd. Vaker echter wordt het gebied zwart en leerachtig (droog gangreen).

Diagnose en behandeling

De diagnose ‘bevriezing' wordt gesteld op basis van de kenmerkende symptomen en het feit dat er sprake is geweest van aanzienlijke blootstelling aan koude.

Iemand met bevriezingsverschijnselen moet met een warme deken worden toegedekt en iets warms te drinken krijgen, aangezien er ook sprake kan zijn van onderkoeling. Het bevroren gebied moet zo snel mogelijk worden verwarmd door het onder te dompelen in warm water dat voor de hulpverlener niet te warm aanvoelt (38 tot 40 °C). Inwrijven van het gebied (zeker met sneeuw) leidt tot nog verdere weefselschade. Het gebied is gevoelloos en mag daarom niet vóór een kachel of met een kruik, verwarmingskussen of elektrische deken worden opgewarmd. Het bevroren gebied wordt buitengewoon pijnlijk bij opwarming en een injectie met een opioïde pijnstiller kan nodig zijn. Blaren mogen niet worden doorgeprikt. Indien een blaar opengaat, moet deze met een antibioticumzalf worden afgedekt.

Ontdooien en opnieuw bevriezen van weefsel is schadelijker dan wanneer het weefsel in bevroren toestand blijft. Als iemand met bevriezingsverschijnselen dus opnieuw aan de vrieskoude moet worden blootgesteld, zeker als het slachtoffer op door bevriezing aangetaste voeten moet lopen, mag het weefsel niet eerst worden ontdooid. Ontdooide voeten zijn kwetsbaarder voor beschadiging door lopen. Als iemand toch op ontdooide voeten moet lopen om hulp te vinden, moet alles in het werk worden gesteld om het beschadigde weefsel te beschermen tegen schuren, insnoering of verdere schade.

Nadat het weefsel is opgewarmd, moet het bevroren deel voorzichtig worden gewassen en afgedroogd, in steriel verband worden gewikkeld en zorgvuldig worden schoongehouden om infectie te voorkomen. Ontstekingsremmers, bijvoorbeeld ibuprofen Handelsnaam
Advil
Actifen
Brufen
Femapirin
Relian
(via de mond in te nemen), of op het wondgebied aangebrachte aloë-vera-gel kunnen de ontsteking verlichten. Bij infectie moeten antibiotica worden toegediend, hoewel sommige artsen aan iedereen met diepe bevriezingsverschijnselen antibiotica toedienen. Om de circulatie in het aangetaste gebied te verbeteren geven sommige artsen ook intraveneus toegediende geneesmiddelen, bijvoorbeeld laagmoleculair dextran, heparine of fenoxybenzamine.

Deze behandelmethoden hebben echter uitsluitend in de eerste dagen na de bevriezing een gunstig effect. De meeste mensen herstellen in de loop van enkele maanden, maar soms is amputatie toch nodig om het dode weefsel te verwijderen. Omdat de bevriezing aanvankelijk uitgebreider en ernstiger kan lijken dan enkele weken of maanden later, wordt gewoonlijk lang gewacht voordat tot amputatie wordt overgegaan.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Koudeletsel zonder bevriezing

Illustraties
Tabellen
Disclaimer