MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Bliksemletsel

Bliksemletsel treedt op na korte blootstelling aan de zeer sterke stroom die het gevolg is van blikseminslag.

Bij blikseminslag is er gedurende een fractie van een milliseconde een elektrische ontlading met een zeer hoge temperatuur. Door de korte duur van de blootstelling blijft de schade aan de opperhuid meestal beperkt. Bovendien is de kans op inwendige brandwonden bij een blikseminslag veel kleiner dan bij opgewekte elektriciteit. Door ontregeling van hart of hersenen kan iemand er echter wel op slag aan overlijden. In Nederland overlijden jaarlijks gemiddeld minder dan 3 mensen door bliksem. De meeste verwondingen worden opgelopen als mensen zich in de nabijheid van een blikseminslag bevinden of door een indirecte blikseminslag (wanneer de bliksem bijvoorbeeld in een boom slaat waaronder het slachtoffer staat te schuilen). De letsels die ontstaan na blootstelling aan een nabije inslag zijn vergelijkbaar met explosieletsels.

Bliksem treft meestal hoge objecten, zoals bomen, tuinhuisjes, torens, bushokjes, vlaggenmasten, sporttribunes en hekken. In een open veld kan een persoon het hoogste object zijn. Metalen voorwerpen en water zijn goede geleiders van elektriciteit. Elektriciteit afkomstig van een blikseminslag kan zich via elektriciteitsleidingen of telefoonkabels buitenshuis een weg banen naar elektrische apparatuur of telefoonleidingen in het huis.

Er zijn verschillende manieren waarop iemand bliksemletsel kan oplopen. Het slachtoffer kan rechtstreeks door de bliksem worden getroffen. Bovendien kan iemand door elektriciteit geraakt worden als die persoon een door de bliksem getroffen object aanraakt of zich daar vlakbij bevindt. De elektriciteit kan ook via de grond een schok veroorzaken. Door de schok kan het slachtoffer worden weggeslingerd en zo letsel oplopen.

Symptomen

Nadat iemand door de bliksem is getroffen, kan het hart ophouden met kloppen of onregelmatig gaan kloppen. Het slachtoffer ademt vaak niet meer. Het hart kan weer spontaan gaan kloppen, maar als de ademhaling niet meer op gang komt, raakt het lichaam zonder zuurstof. Door zuurstofgebrek en eventueel door schade aan het zenuwstelsel kan het hart opnieuw ophouden met kloppen.

Hersenletsel veroorzaakt meestal bewustzijnsverlies. Bij ernstig hersenletsel kan het slachtoffer in coma raken. Meestal komt hij dan wel weer bij, maar herinnert hij zich niet meer wat er vóór het ongeval is gebeurd. Het slachtoffer kan verward zijn, traag denken en concentratieproblemen hebben en het kost hem soms moeite om zich recente gebeurtenissen te herinneren. Soms treedt persoonlijkheidsverandering op.

Vaak zijn de trommelvliezen geperforeerd. Er kunnen allerlei vormen van oogletsel optreden, zoals een cataract. Vaak zijn beide benen tijdelijk verlamd en gevoelloos en ze zien blauw (keraunoparalyse). Op de huid ontstaan soms lichte brandwonden. Die kunnen een uitwaaierend, zich vertakkend patroon hebben of er uitzien als groepjes kleine stipjes. De brandwonden kunnen ook een gestreept patroon vertonen, in gevallen waar zweet tot stoom is verdampt.

Preventie

Bij het beslissen over het wel of niet laten doorgaan van een buitenactiviteit is het bij kans op onweer belangrijk het weerbericht te beluisteren, in het bijzonder voor organisatoren van evenementen in de open lucht. Zo nodig kunnen maatregelen worden genomen ter voorbereiding van eventuele noodsituaties.

Zware windvlagen, regen en wolkenvorming kunnen de voorboden zijn van onweer. Als de donderslagen van een onweer in de verte luider worden of als de tijd tussen de bliksemflits en de donderslag korter wordt dan 30 seconden, is het nodig een schuilplaats te zoeken. Beschutting zoeken in een klein, open bouwsel zoals een tuinhuisje is niet veilig. Het is verstandiger om een veilig heenkomen te zoeken in een groot, dicht gebouw of een dicht metalen voertuig, bijvoorbeeld een auto, bus of vrachtwagen, met gesloten ramen. Tot een half uur na de laatste donderslag of blikseminslag is het niet verstandig om buitenactiviteiten te hervatten.

Om buitenshuis bliksemletsel te voorkomen, is het raadzaam om heuvels, metalen objecten en open ruimten zoals een akker te mijden. Iemand die niet in staat is om tijdig een open ruimte te verlaten, kan het beste hurken om zo laag mogelijk te blijven, maar moet niet op de grond gaan liggen. Het is ook raadzaam om ten minste vijf meter afstand tot iemand anders te houden of in het midden van een groepje bomen te schuilen (maar nooit onder een boom die alleen staat in een veld).

Om binnenshuis bliksemletsel te voorkomen, is het aan te raden om contact met water te vermijden en telefoons en computers niet te gebruiken en geen koptelefoons te dragen die op een audio- of videosysteem zijn aangesloten. Het is ook veiliger om afstand te houden tot ramen en deuren en vóór de komst van het onweer alle elektrische apparatuur uit te schakelen en de netsnoeren uit het stopcontact te halen.

Behandeling en prognose

Als iemand door bliksem getroffen wordt, gebeurt dat vaak zonder getuigen. Bliksemletsel moet worden vermoed als iemand tijdens een onweer bewusteloos buiten wordt aangetroffen.

Iemand die door de bliksem is getroffen, houdt de elektriciteit niet vast, dus het verlenen van eerste hulp levert geen risico op. Mensen van wie het hart niet klopt en die niet ademen, moeten onmiddellijk hartmassage en mond-op-mondbeademing krijgen (CPR, cardiopulmonale resuscitatie). (zie Spoedeisende hulp: Hartstilstand)

Kunstmatige beademing bij iemand die door de bliksem is getroffen, kan hem van voldoende zuurstof voorzien om het hart op gang te houden. Veel mensen die door de bliksem zijn getroffen, verkeren in goede gezondheid en maken een grotere kans op herstel als ze tijdig hartmassage met mond-op-mondbeademing krijgen. In het ziekenhuis wordt een elektrocardiogram (ECG) gemaakt om te bepalen of de hartslag normaal is. Zo nodig worden brandwonden en andere verwondingen behandeld. Als reanimatiepogingen binnen de eerste 40 minuten geen resultaat opleveren, is de kans klein dat latere pogingen wel slagen.

Circa 10% van alle mensen met bliksemletsel overlijdt. In vrijwel alle gevallen is de doodsoorzaak een hartstilstand of ademstilstand. Dit zijn voornamelijk gevallen waarbij de reanimatie te laat is gestart of waarbij overleven toch al niet kon worden verwacht vanwege de omvang van het inwendige letsel, met name inwendige bloedingen. De meeste mensen bij wie hartslag en ademhaling weer op gang komen, blijven in leven. Als er sprake is van geheugenverlies of als het denken traag gaat, kan het slachtoffer blijvend hersenletsel hebben opgelopen. Keraunoparalyse verdwijnt doorgaans binnen enkele uren.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Elektriciteitsletsel

Illustraties
Tabellen
Disclaimer