MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Beten van gifslangen

In de Verenigde Staten komen ongeveer 25 inheemse soorten gifslangen voor, waaronder groefkopadders (ratelslangen, koperkoppen en watermocassinslangen) en koraalslangen. Van de ruwweg 45.000 slangenbeten die jaarlijks in de Verenigde Staten voorkomen, betreft het in minder dan 8000 gevallen gifslangen. Daarbij vallen gemiddeld zes doden. Bij circa 25% van alle beten door groefkopadders komt er geen gif in het bloed. De meeste dodelijke slachtoffers zijn kinderen, ouderen en mensen die niet of onjuist behandeld worden. Ratelslangen zijn verantwoordelijk voor 70% van de gifslangenbeten in de Verenigde Staten, waaronder vrijwel alle dodelijke slangenbeten. De meeste andere gifslangenbeten worden toegebracht door koperkoppen en in mindere mate door watermocassinslangen. Beten door koraalslangen en geïmporteerde slangen komen zelden voor.

Het gif van ratelslangen en andere groefkopadders beschadigt het weefsel rond de beet. Ratelslanggif kan veranderingen veroorzaken in bloedcellen, verhindert bloedstolling en beschadigt bloedvaten, waardoor er bloed uit weglekt. Deze effecten kunnen leiden tot inwendige bloedingen en tot hartfalen, ademhalingsproblemen en nierinsufficiëntie. Het gif van koraalslangen tast de werking van het zenuwstelsel aan, maar richt in de weefsels rond de beet weinig schade aan. Bij slangenbeten gaat het meestal om een beet in de hand of voet. In Nederland komt in principe alleen de adder (Vipera berus) als enige giftige slang voor. Ernstige intoxicaties als gevolg van beten door deze slang zijn niet bekend. Wel krijgt het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) informatieverzoeken over patiënten die in het buitenland of thuis (door terrariumdieren) waren gebeten of gestoken. Het is van belang dat de houder van het terrarium weet om welke slang of andere dieren het gaat.

Symptomen

De symptomen van vergiftiging na een beet van een gifslang lopen sterk uiteen. Ze zijn afhankelijk van de grootte en soort van de slang, de hoeveelheid en de aard van het ingespoten gif, de plaats van de beet, de leeftijd van het slachtoffer en diens lichamelijke conditie. Beten van groefkopadders veroorzaken meestal al snel pijn. Binnen 20 tot 30 minuten wordt de huid ter plaatse meestal rood en opgezwollen en binnen een paar uur kan de gehele arm of het gehele been aangetast zijn. Een slachtoffer dat door een ratelslang is gebeten, kan tintelingen of gevoelloosheid in de vingers of tenen of rond de mond ervaren en ook een metalige of rubberachtige smaak in de mond. Andere symptomen zijn koorts, koude rillingen, algehele zwakte, flauwte, transpiratie, misselijkheid en braken. Er kunnen ademhalingsproblemen ontstaan, vooral na beten van Mojave-ratelslangen. Het slachtoffer kan last hebben van hoofdpijn, wazig zien, hangende oogleden en een droge mond.

Matig ernstige of ernstige groefkopaddervergiftiging leidt gewoonlijk binnen drie tot zes uur na de beet tot onderhuidse bloeduitstortingen. De huid rond de beet lijkt strak en verkleurd en er kunnen blaren ontstaan in het gebied rond de beet, die vaak met bloed gevuld zijn. Zonder behandeling kan het weefsel rond de beet afsterven. De gebeten persoon kan bloedend tandvlees krijgen en soms zit er bloed in het braaksel, de ontlasting en de urine.

Beten van koraalslangen veroorzaken gewoonlijk weinig of geen pijn en ook geen zwelling. Soms treden er pas uren na de beet complicaties op. Het gebied rond de beet kan tintelen en nabijgelegen spieren kunnen zwak worden. Dit kan worden gevolgd door gebrek aan spiercoördinatie en ernstige algehele zwakte. Andere symptomen zijn gezichtsstoornissen en toename van de speekselproductie, gepaard gaand met problemen bij spreken en slikken. Vervolgens kunnen ademhalingsproblemen optreden, mogelijk zeer ernstig.

Diagnose

Voordat met de behandeling wordt begonnen, moeten de medische hulpverleners trachten te achterhalen of het een gifslang betrof en of er gif is ingespoten. Uit de beetafdrukken valt soms af te leiden of het om een gifslang ging. De giftanden van een gifslang veroorzaken meestal namelijk één of twee grote prikwonden, terwijl de tanden van niet-giftige slangen meestal een aantal kleine rijen krasjes nalaten. Zonder gedetailleerde beschrijving van de slang is het voor de arts soms moeilijk om te bepalen door welke soort slang het slachtoffer is gebeten. Vergiftiging door een slangenbeet is meestal herkenbaar aan de ontwikkeling van kenmerkende symptomen. Mensen die zijn gebeten, verblijven doorgaans acht tot twaalf uur in het ziekenhuis om te zien of er symptomen ontstaan. Artsen voeren diverse onderzoeken uit om de effecten van het gif te bepalen.

Behandeling en prognose

Het slachtoffer van een beet door een gifslang moet buiten bijtafstand van de slang worden gebracht, worden gekalmeerd en zo onbeweeglijk mogelijk worden gehouden. Het slachtoffer moet onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde medische voorziening worden gebracht. De gebeten ledemaat dient losjes te worden geïmmobiliseerd en lager dan het hart te worden gehouden. Ringen, horloges en strakke kleding moeten worden verwijderd van het gebied van de beet. Alcohol en cafeïne moeten worden vermeden. Tourniquets, ijskompressen en de beet opensnijden worden niet aanbevolen en kunnen gevaarlijk zijn.

Als er geen gif is ingespoten, is de behandeling gelijk aan die voor een prikwond. (zie Spoedeisende hulp: Verwondingen)

Als er wel gif is ingespoten en de symptomen wijzen op een ernstige beet, vormt toediening van een tegengif het belangrijkste onderdeel van de behandeling. Hoe eerder het tegengif wordt toegediend, des te effectiever het is. Tegengif neutraliseert de toxische effecten van het gif. Het wordt intraveneus toegediend en is beschikbaar voor alle inheemse gifslangen. Groefkopaddertegengif op basis van paardenserum veroorzaakt vaak serumziekte (een reactie van het immuunsysteem tegen een lichaamsvreemd eiwit). Een recenter type tegengif gemaakt van gezuiverde antilichaamfragmenten van schapen geeft aanzienlijk minder bijwerkingen. Indien er door het gif reeds ziekteverschijnselen zijn, dan dient direct een adequate behandeling te worden ingesteld.

Iemand met lage bloeddruk krijgt intraveneus vloeistoffen toegediend. Bij problemen met de bloedstolling krijgt het slachtoffer FFP (vers ingevroren plasma), geconcentreerde stollingsfactoren (cryoprecipitaat) of een transfusie met bloedplaatjes (trombocyten) toegediend.

De prognose is afhankelijk van de leeftijd, de algehele gezondheidstoestand van de patiënt en van de hoeveelheid gif in de beet. Vrijwel iedereen die door een gifslang is gebeten, blijft in leven, mits hij snel behandeld wordt met voldoende hoeveelheden tegengif.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Beten van duizendpoten en miljoenpoten

Volgende: Beten van giftige hagedissen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer