MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Prioriteiten tijdens spoedeisende hulp

De hoogste prioriteit ligt bij een onderzoek van de luchtwegen, ademhaling en bloedsomloop van het slachtoffer (de ABCDE-systematiek: Airway-Breathing-Circulation-Disabilities-Environment). Een probleem in een van deze gebieden is altijd dodelijk als er niet wordt ingegrepen. De luchtwegen kunnen geblokkeerd raken. Diverse aandoeningen en verwondingen kunnen een ademstilstand veroorzaken. Bij een hartstilstand circuleert er geen bloed meer door het lichaam.

De volgende stap is meestal het inroepen van medische hulp door een alarmnummer te bellen (behalve in geval van verstikking, waarbij met behandeling moet worden begonnen voordat er hulp wordt ingeroepen). In Nederland bellen de meeste mensen het alarmnummer 112. Door 112 te bellen wordt de beller met een centrale verbonden. Aldaar wordt de beller gevraagd naar de gewenste hulpdienst en de plaats waarin hij deze hulp nodig heeft. Vervolgens wordt de beller doorverbonden met de meldkamer van de gevraagde hulpdienst die hulp in die plaats verzorgt. De beller moet snel een volledige beschrijving geven van de toestand van de persoon en van de wijze waarop de verwonding of de ziekte is ontstaan. De beller moet pas ophangen als daarom wordt gevraagd. Als er meerdere leken (hulpverleners) aanwezig zijn, moet een van hen hulp inroepen terwijl iemand anders begint met het onderzoek en met spoedeisende hulp, nadat het slachtoffer in veiligheid is gebracht. Denk bijvoorbeeld aan het regelen van het verkeer bij een verkeersongeval.

Nadat medische hulp is ingeroepen, moeten luchtwegen, ademhaling en bloedsomloop worden hersteld. Pas dan mag er met een andere behandeling worden begonnen. Indien nodig moet er worden gereanimeerd (CPR, cardiopulmonale resuscitatie). (zie Spoedeisende hulp: Spoedeisende behandeling)

Als er veel gewonden zijn, moet het ernstigst gewonde slachtoffer het eerst worden behandeld. Het is soms moeilijk te bepalen wie het meest dringend behandeling nodig heeft. Een slachtoffer dat het van pijn uitschreeuwt kan minder ernstig gewond zijn dan iemand die geen lucht krijgt of iemand met een hartstilstand, die daardoor stil is. Een onderzoek moet, ten behoeve van de eerste inschatting (triage), minder dan één minuut per gewonde in beslag nemen. In alle gevallen moet de hulpverlener bepalen wat de toestand van het slachtoffer is: levensbedreigend, urgent maar niet levensbedreigend of niet urgent. Een hartstilstand en een grootschalige bloeding zijn levensbedreigend, maar bij een botbreuk, hoe pijnlijk ook, kan met behandelen worden gewacht.

Als de gewonde niet in staat is informatie over zijn medische toestand te geven, moet informatie op andere manieren worden verkregen. Als iemand bijvoorbeeld bewusteloos in de buurt van een leeg pillenflesje wordt aangetroffen, dan moet dat flesje aan de medische hulpverleners worden gegeven. Een beschrijving van de wijze waarop de verwonding tot stand kwam en andere informatie van omstanders, familieleden of hulpverleners kunnen van essentieel belang zijn voor de behandeling van het slachtoffer. Nadat deze stappen zijn genomen, kan het slachtoffer worden geholpen door hem gerust te stellen en hem bijvoorbeeld een deken te geven om rustig en warm te worden.

Bij personen die met HIV of hepatitis B zijn besmet, kunnen deze virussen via bloed worden overgedragen. Hulpverleners dienen contact met bloed uit wonden te vermijden, zeker als het vreemden betreft van wie de medische voorgeschiedenis niet bekend is. Onderzoek is het veiligst met niet-steriele onderzoekshandschoenen (bij voorkeur latexvrij vanwege mogelijke allergieën van behandelaar of patiënt). Als er geen handschoenen aanwezig zijn, kan ook plastic worden gebruikt. De hulpverlener kan dan bijvoorbeeld een plastic voedselzakje of iets waterbestendigs om zijn handen doen. Als de handen, met inbegrip van het gebied onder nagels, besmet zijn met bloed, moeten ze zo snel mogelijk grondig worden gewassen met water en zeep of met een lichte bleekmiddeloplossing (ongeveer 1 eetlepel bleekmiddel per liter water). Bij contact met speeksel of urine is de kans op ziekteoverdracht veel kleiner dan bij contact met bloed.

illustrative-material.sidebar 1

Basisuitrusting voor spoedeisende behandeling

De voorraad in de medicijnkast of EHBO-kist moet altijd op peil blijven. De volgende basisuitrusting dient aanwezig te zijn:

  • bruine pleister
  • antiseptische crème (sterilon)
  • acetylsalicylzuur (aspirine) of ibuprofen
  • verband of wondtape
  • drukverband en elastische zwachtel
  • handboek voor spoedeisende behandeling
  • scherpe schaar
  • zeep
  • steriele gazen in verschillende maten
  • thermometer
  • dunne transparante handschoenen
  • mitella
  • pincet

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Inwendige bloeding

Volgende: Verstikking

Illustraties
Tabellen
Disclaimer