MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Verstikking

De juiste handelingen bij verstikking kunnen vaak iemands leven redden. Volwassenen stikken het vaakst in voedsel, bijvoorbeeld een groot stuk vlees, vooral als er neurologische aandoeningen zijn waardoor de slikreflex gestoord is. Bij pasgeborenen zijn de slikreflexen nog niet goed ontwikkeld. Kleine kinderen kunnen stikken in kleine, ronde etenswaren, bijvoorbeeld pinda's of harde snoepjes. Kinderen, vooral peuters, stikken soms ook in speelgoed, munten en andere voorwerpen die ze in hun mond stoppen.

Er bestaat een onderscheid tussen een volledige luchtwegblokkade (verstikking) en een partiële blokkade (dreigende verstikking). Verstikking kenmerkt zich door geluidloosheid, totale stilte en een snel verloop van de verschijnselen. Bij een dreigende verstikking kan er wel geluid vrijkomen. Hoesten kan het eerste symptoom zijn. Het slachtoffer hoest vaak zo hevig dat hij niet om hulp kan roepen. Hij grijpt soms met beide handen naar de keel. De ademhaling kan steeds zwakker worden of ophouden, evenals het spreken. Soms maakt het slachtoffer hoge of snurkende geluiden. Het slachtoffer loopt blauw aan door zuurstofgebrek (hypoxie), kan een epileptisch insult krijgen of flauwvallen.

Spoedeisende behandeling

Behandeling van iemand die dreigt te stikken is belangrijker dan medische hulp inroepen.

Door krachtig hoesten schiet het voorwerp vaak uit de luchtwegen omhoog. Iemand met een krachtige hoest moet in de gelegenheid worden gesteld om te blijven hoesten. Iemand die normaal kan spreken, heeft meestal nog een krachtige hoest. Als iemand die stikt niet kan hoesten, moet de zogeheten ‘Heimlich-manoeuvre' worden uitgevoerd. Bij de Heimlich-manoeuvre wordt de druk in buik en longen vergroot, waardoor het voorwerp met kracht naar buiten schiet.

Als het slachtoffer bij bewustzijn is, slaat de hulpverlener de patiënt eerst vijfmaal krachtig tussen de schouderbladen. Vervolgens benadert de hulpverlener hem van achteren en klemt hij zijn handen om de buik van het slachtoffer. Hij maakt een vuist met de duim naar binnen en plaatst de vuist tussen borstbeen en navel, naar het slachtoffer toe. De andere hand wordt vervolgens stevig over de vuist heen gelegd. Daarna worden de handen met kracht naar binnen en naar boven toe gestoten, vijf keer achter elkaar (klassieke Heimlich). Als het slachtoffer een kind is, moet er minder kracht worden gebruikt. De reeks stoten moet worden herhaald tot het voorwerp is losgeschoten. Als het slachtoffer het bewustzijn verliest, moet de hulpverlener stoppen met deze manoeuvre.

Als het slachtoffer bewusteloos raakt, moeten er stappen worden ondernomen om de luchtwegen vrij te maken en kunstmatige beademing te geven. (zie Spoedeisende hulp: Spoedeisende behandeling)

Als de borstkas niet omhoog komt, zijn de luchtwegen van het slachtoffer nog steeds geblokkeerd. De hulpverlener geeft de patiënt vijftien krachtige indrukkingen op het borstbeen (als een hartmassage, maar dan krachtiger en abrupter). Vervolgens wordt de kunstmatige beademing hervat.

Bij een pasgeborene (een baby van slechts een uur oud) wordt de Heimlich-manoeuvre niet uitgevoerd. In dat geval moet uitzuigen uitkomst bieden. Een (oudere) baby wordt met het gezicht naar beneden gehouden. De borst rust op de hand van de hulpverlener en het hoofdje moet lager worden gehouden dan het lijf (het hoofdje wordt met de duim en wijsvinger in een rechte lijn gehouden). Vervolgens slaat de hulpverlener het kind vijf keer met de overgang tussen pols en handpalm tussen de schouderbladen. Dit moet krachtig gebeuren, maar niet zo krachtig dat het kind verwondingen kan oplopen. Vervolgens controleert de hulpverlener de mond en verwijdert alle zichtbare voorwerpen. Als de luchtwegen geblokkeerd blijven, draait de hulpverlener het kind met het gezicht naar hem toe en houdt hij het hoofdje naar beneden. Vervolgens stoot hij met wijs- en middelvinger op het borstbeen (als een soort hartmassage). Daarna wordt de mond nogmaals gecontroleerd.

illustrative-material.figure-short 2

De Heimlich-manoeuvre 

De Heimlich-manoeuvre 

De hulpverlener plaatst beide armen om de buik van het slachtoffer. Hij balt één hand tot een vuist en klemt de andere hand rond de vuist. Dan plaatst hij zijn handen halverwege tussen het borstbeen en de navel en stoot de handen naar binnen en naar boven toe. 

illustrative-material.figure-short 3

Geblokkeerde luchtwegen bij een baby vrijmaken 

Geblokkeerde luchtwegen bij een baby vrijmaken Geblokkeerde luchtwegen bij een baby vrijmaken 

Het kind wordt met het gezicht naar beneden gedraaid. De borst rust op de hand van de hulpverlener. Vervolgens wordt het kind op de rug geslagen, in het gebied tussen de schouderbladen. 

Het kind wordt met het gezicht naar de hulpverlener toe gedraaid. Het hoofd wordt lager dan het lichaam gehouden. Dan plaatst de hulpverlener wijs- en middelvinger tegen het borstbeen van het kind en stoot de vingers naar binnen en omhoog. 

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Prioriteiten tijdens spoedeisende hulp

Volgende: Verwondingen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer