MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Besluiten over medische tests

Tests kunnen worden uitgevoerd om ziekten vroegtijdig op te sporen (screening), te diagnosticeren, classificeren, de ernst ervan te bepalen en om het verloop van een ziekte te volgen, vooral de reactie op behandeling.

Bij screeningstests wordt geprobeerd een ziekte op te sporen terwijl er nog geen aanwijzing is dat iemand die ziekte heeft. Zo kan aan de hand van de cholesterolspiegel worden vastgesteld hoeveel kans iemand heeft op hart- en vaatziekten terwijl hij nog geen symptomen heeft die daarop wijzen. Screeningstests bewijzen alleen hun nut als ze nauwkeurig en relatief goedkoop zijn en de desbetreffende persoon weinig of geen last bezorgen.

Voor het stellen van de diagnose worden daarentegen tests gebruikt om de aan- of afwezigheid van een bepaalde ziekte vast te stellen wanneer wordt vermoed dat iemand die bepaalde ziekte heeft. Zo zou een arts hartkatheterisatie kunnen aanbevelen bij het vermoeden van een ernstige hartziekte. Dit onderzoek zou geen goed screeningsonderzoek zijn omdat het duur is, risico's heeft, bijwerkingen kan geven en onaangenaam voor de onderzochte persoon kan zijn. Deze nadelen wegen echter niet op tegen de noodzaak van dit onderzoek als het erom gaat om aan te tonen of de klachten al dan niet op een bepaalde ernstige ziekte berusten.

Tests worden soms gebruikt om de ernst van een gediagnosticeerde ziekte te bepalen. De uitslagen kunnen tot een preciezere en effectievere behandelkeuze leiden. Nadat de diagnose borstkanker is bevestigd, worden er bijvoorbeeld aanvullende tests verricht om vast te stellen of, en zo ja tot waar, de kanker zich heeft uitgebreid.

Tests worden soms gebruikt om gedurende een bepaalde tijd het verloop van een ziekte in de gaten te houden en vaak om na te gaan hoe een ziekte op behandeling reageert. Zo wordt regelmatig bloedonderzoek verricht bij mensen die te weinig schildklierhormoon aanmaken (hypothyreoïdie) om na te gaan of bij hun schildklierhormoontherapie de juiste dosering wordt gebruikt. Hoe vaak dergelijke onderzoeken bij iemand nodig zijn, wordt ook besloten.

Een arts bepaalt eerst hoe waarschijnlijk het is dat iemand een bepaalde ziekte heeft voordat hij een bepaalde test voor die ziekte aanbeveelt, vooral als het om de diagnose gaat. Om de waarschijnlijkheid bij een bepaalde persoon te bepalen voordat er onderzoek plaatsvindt (waarschijnlijkheid vooraf of pretest), kan de arts informatie gebruiken over die ziekte in het gebied waar hij praktijk houdt, zoals informatie over hoe vaak de ziekte voorkomt (prevalentie) en hoeveel nieuwe gevallen van de ziekte er tijdens een bepaalde periode bijkomen (incidentie). De arts let ook op bepaalde omstandigheden (risicofactoren) waardoor iemand een grotere of kleinere kans op die ziekte heeft. Aan de hand van deze informatie kan de arts vervolgens de beste test kiezen om de aanwezigheid van de ziekte te bevestigen.

Voordat hij besluit een onderzoek of test al dan niet uit te voeren, moet een arts eerst nagaan wat de uitslag daarvan zou kunnen betekenen. Medische tests zijn helaas niet onfeilbaar. Soms leveren ze normale uitslagen op bij mensen die de ziekte waarop is getest wél hebben. In dat geval leveren ze fout-negatieve uitslagen op. Ze kunnen soms afwijkende uitslagen opleveren bij mensen zonder die ziekte (fout-positieve uitslagen). Belangrijke kenmerken van een test zijn daarom de gevoeligheid ervan (de kans dat de test afwijkende uitslagen oplevert bij mensen die de ziekte waarop wordt getest ook werkelijk hebben) en de specificiteit ervan (de kans dat de test normale uitslagen oplevert bij mensen die die ziekte niet hebben). Een arts kan de pretest-waarschijnlijkheid van een ziekte, de uitslagen van de test en informatie over de gevoeligheid en specificiteit van de test statistisch verwerken om de kans dat iemand een bepaalde ziekte heeft met een grotere mate van zekerheid te kunnen voorspellen (posttest-waarschijnlijkheid).

Een ander kenmerk van een test is de betrouwbaarheid ervan. Een test met een grote betrouwbaarheid levert bij herhaling dezelfde uitslag op, tenzij er sprake is van vermindering of verheviging van de ziekte waarop wordt getest. Een test met een minder grote betrouwbaarheid levert bij herhaling verschillende uitslagen op.

Voordat een test wordt uitgevoerd, weegt een arts de mogelijke nadelen van de test af tegen de mogelijke voordelen die de informatie van de test kan opleveren. Hij moet ook rekening houden met het eventuele gebruik van de uitslagen. Het is nauwelijks zinvol een test uit te voeren als de uitslag ervan geen invloed op de aanbevolen behandeling heeft. Als bijvoorbeeld een test wordt overwogen om na te gaan of een bepaalde behandeling een mogelijkheid zou kunnen zijn voor iemand en die persoon heeft echter al besloten de behandeling niet te ondergaan, hoeft de test niet te worden uitgevoerd.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Besluitvorming in de praktijk

Illustraties
Tabellen
Disclaimer