MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

‘Chirurgie' (‘heelkunde') is de term die van oudsher wordt gebruikt voor behandelingen waarbij weefsel wordt opengesneden of dichtgenaaid. Door de ontwikkeling van nieuwe chirurgische technieken is de omschrijving minder eenvoudig geworden: soms worden lasers in plaats van mesjes gebruikt om in weefsel te snijden en wonden kunnen zonder hechtingen worden gesloten. In de moderne geneeskunde valt er soms niet gemakkelijk een onderscheid tussen een operatieve en een niet-operatieve behandeling te maken. Een dergelijk onderscheid is ook niet van belang zolang de arts die de ingreep uitvoert maar goed opgeleid en ervaren is.

Chirurgie is een breed zorggebied en omvat veel verschillende technieken. Bij sommige chirurgische ingrepen wordt weefsel verwijderd. Bij andere worden verstoppingen opgeheven. Bij weer andere ingrepen worden slagaders en aders op nieuwe plaatsen vastgemaakt om bepaalde gebieden die niet genoeg bloed krijgen van meer bloed te voorzien. Transplantaten (levend weefsel) en implantaten (kunststof) kunnen worden aan- of ingebracht om bijvoorbeeld huid te vervangen en metalen pinnen kunnen in bot worden ingebracht ter stabilisatie van gebroken delen. Soms gaat het daarbij om kunststof transplantaten.

Soms wordt chirurgie gebruikt om een aandoening beter te kunnen diagnosticeren. Een biopsie is de meest voorkomende soort diagnostische chirurgie. Hierbij wordt een stukje weefsel verwijderd om onder een microscoop te worden onderzocht. In sommige noodsituaties, waarbij geen tijd voor diagnostische tests beschikbaar is, wordt chirurgie gebruikt voor zowel de diagnose als de behandeling. Zo kan bij een schotwond chirurgie nodig zijn om snel na te gaan welke organen zijn beschadigd en om beschadigde organen te herstellen.

Vaak wordt gesproken van drie categorieën chirurgie: directe (peracute), spoedeisende en electieve chirurgie. Peracute chirurgie wordt zo snel mogelijk uitgevoerd omdat elke minuut telt. Het stelpen van een hevige inwendige bloeding is een voorbeeld van peracute chirurgie. Spoedeisende chirurgie kan het beste binnen enkele uren plaatsvinden, bijvoorbeeld om een ontstoken blindedarm te verwijderen. Electieve chirurgie kan enige tijd worden uitgesteld totdat alles is gedaan om de kans van slagen tijdens en na de ingreep zo groot mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan is het vervangen van een kniegewricht.

Anesthesie: omdat chirurgie over het algemeen pijnlijk is, wordt vooraf bijna altijd een of andere soort anesthesie (verdoving) toegepast. Bij anesthesie wordt de pijngewaarwording geblokkeerd. Anesthesie kan plaatselijk (lokaal), regionaal of algeheel zijn.

Plaatselijke en regionale anesthesie komen tot stand door injecties van geneesmiddelen, zoals lidocaïne Handelsnaam
Xylocaïne
of bupivacaïne, die slechts bepaalde delen van het lichaam gevoelloos maken. Bij plaatselijke anesthesie wordt het geneesmiddel onder de huid gespoten op de plaats die moet worden opengesneden, waardoor uitsluitend die plaats wordt verdoofd. Bij regionale anesthesie wordt een groter gebied van het lichaam verdoofd. Het geneesmiddel wordt daarbij in of vlak bij een of meer zenuwen gespoten, waardoor het gebied dat door die zenuwen wordt voorzien wordt verdoofd. Zo kan een geneesmiddel dat rond bepaalde zenuwen wordt geïnjecteerd de vingers, tenen of grote delen van de ledematen verdoven. Bij een bepaalde soort regionale anesthesie wordt een geneesmiddel in een ader gespoten (intraveneuze regionale anesthesie). Met hulpmiddelen als een elastisch verband van geweven materiaal of een manchet van een bloeddrukmeter kan het gebied waar een arm of been aan de romp vastzit, worden samengedrukt om het geneesmiddel in de aders van de betreffende ledemaat op te sluiten. Met behulp van intraveneuze regionale anesthesie kan een arm of been volledig worden verdoofd.

Tijdens plaatselijke en regionale anesthesie blijft de patiënt bij bewustzijn. Soms dient een arts echter intraveneus anxiolytica (angstremmers) toe zodat de patiënt rustig wordt en zich ontspant. Plaatselijke en regionale anesthesie zijn over het algemeen veiliger dan algehele anesthesie omdat ze niet inwerken op de vitale organen, zoals hart, longen, hersenen, lever en nieren. In zeldzame gevallen kan het gebied dat is verdoofd dagen of zelfs weken lang gevoelloos of pijnlijk blijven of tintelingen blijven veroorzaken.

Spinale en epidurale anesthesie zijn bijzondere soorten regionale anesthesie waarbij een verdovingsmiddel rond het ruggenmerg onder in de rug wordt ingespoten. Afhankelijk van de plaats van injectie en de stand van het lichaam kan zo een groot gebied worden verdoofd (bijvoorbeeld vanaf de taille tot de tenen). Spinale en epidurale anesthesie worden toegepast bij ingrepen aan het onderlichaam (bij liesbreuk bijvoorbeeld), aan de prostaat, het rectum, de blaas, het been en ook bij sommige gynaecologische ingrepen. Spinale en epidurale anesthesie kunnen ook bij de bevalling worden toegepast. Soms ontstaat er hoofdpijn in de dagen na toepassing van spinale anesthesie, maar die kan meestal goed worden behandeld.

Bij algehele anesthesie wordt een geneesmiddel toegediend dat vervolgens door de gehele bloedbaan stroomt, waardoor de patiënt het bewustzijn verliest (narcose). Het geneesmiddel kan intraveneus worden toegediend of worden geïnhaleerd. Omdat algehele anesthesie de ademhaling vertraagt, kan de anesthesist een beademingsbuis in de luchtpijp aanbrengen. Bij korte ingrepen is een dergelijke buis mogelijk niet nodig. De anesthesist kan dan de ademhaling ondersteunen met behulp van een handbediend beademingsmasker. Bij langere ingrepen worden de beademingsbuis en beademingsapparatuur gebruikt. Algehele anesthesie werkt in op vitale organen. De anesthesist houdt daarom de hartslag, het hartritme, de ademhaling, de lichaamstemperatuur en de bloeddruk goed in de gaten totdat de geneesmiddelen hun uitwerking verliezen. Ernstige bijwerkingen komen gelukkig zelden voor.

Zware en lichte chirurgie: soms wordt er onderscheid gemaakt tussen zware en lichte chirurgie, hoewel veel chirurgische ingrepen kenmerken van beide soorten dragen.

Bij zware chirurgie wordt meestal algehele anesthesie toegepast. Bij zware chirurgie wordt vaak een van de grote lichaamsholten geopend: de buikholte via een laparotomie, de borstholte via een thoracotomie of de schedel via een craniotomie. Zware chirurgie kan belastend zijn voor vitale organen. Deze soort chirurgie wordt meestal in een operatiekamer door een team van artsen uitgevoerd. De patiënt moet na zware chirurgie meestal ten minste één nacht in het ziekenhuis blijven.

Bij lichte chirurgie kan worden gebruikgemaakt van plaatselijke, regionale of algehele anesthesie. Bij deze vorm van chirurgie worden geen grote lichaamsholten geopend. Lichte chirurgie kan worden uitgevoerd op een afdeling voor spoedeisende hulp, een polikliniek of in de behandelkamer van de chirurg. Deze soort chirurgie vormt meestal geen belasting voor de vitale organen en kan door één arts worden uitgevoerd, die al dan niet een chirurg is. Meestal mag iemand alweer naar huis op de dag dat de lichte operatie plaatsvond.

Second opinion: het ligt niet altijd voor de hand om te kiezen voor chirurgie. Er kunnen verschillende andere behandelingen mogelijk zijn. Iemand wil dus mogelijk te rade gaan bij meer dan één arts.

Sommige deskundigen adviseren om vooraf te bepalen dat de operatie niet zal worden uitgevoerd door de second opinion-arts om belangenverstrengeling te vermijden. Anderen raden aan om een second opinion te vragen aan een arts die geen chirurg is omdat deze eerder zal wijzen op een niet-chirurgische behandelmogelijkheid. Sommige andere deskundigen raden echter aan om een second opinion te vragen aan een andere chirurg omdat een chirurg meer kennis zou hebben over de voor- en nadelen van chirurgie dan iemand die geen chirurg is.

illustrative-material.sidebar 1

Cosmetische chirurgie

Tot cosmetische chirurgie wordt een grote verscheidenheid aan operaties gerekend, waaronder het verwijderen van rimpels in de hals en het gezicht (facelift), het verwijderen van vetweefsel en -plooien van de buik (abdominoplastiek), borstvergroting of -verkleining (mammoplastiek), vervanging van een kale plek op het hoofd (transplantatie van een behaard huidgedeelte) of haarimplantatie, het veranderen van het uiterlijk van aangezichtskenmerken, zoals een naar voren uitstekende of een te korte onderkaak (mandibuloplastiek), oogleden (blefaroplastiek) en neus (rinoplastiek), het verwijderen van lichaamsvet (liposuctie) en het laten verdwijnen van spataders (sclerotherapie).

Cosmetische chirurgie is weliswaar populair en aanlokkelijk om te laten doen, maar is ook kostbaar. Bovendien brengt cosmetische chirurgie risico's met zich mee, waaronder ernstige gezondheidsrisico's en de kans dat iemand na de ingreep nog minder tevreden over zijn uiterlijk is dan daarvoor. Cosmetische chirurgie wordt uitsluitend aanbevolen voor mensen die zeer gemotiveerd zijn, omdat de patiënt zich na de operatie nauwgezet aan de instructies moet houden om het beste resultaat te bereiken. Iemand die cosmetische chirurgie wil laten uitvoeren, meldt zich bij een plastisch chirurg.

illustrative-material.sidebar 2

Kijkoperatie(s)

Dankzij technische vorderingen is het mogelijk om operatieve ingrepen te verrichten met een kleine insnijding en minder weefselbeschadiging dan bij traditionele chirurgie het geval is. Chirurgen kunnen zeer kleine lampen, videocamera's en chirurgische instrumenten inbrengen in openingen ter grootte van een sleutelgat. Zij kunnen vervolgens ingrepen uitvoeren met behulp van de beelden die naar een videomonitor worden overgebracht en die hen helpen bij het verplaatsen en gebruiken van chirurgische instrumenten. Een dergelijke ingreep in de buik heet een ‘laparoscopische operatie', in gewrichten een ‘artroscopische operatie' en in de borst een ‘thoracoscopische operatie'.

Omdat bij kijkoperaties (ook wel ‘sleutelgatchirurgie' genoemd) minder weefsel beschadigd raakt, heeft deze methode in vergelijking met traditionele chirurgie een aantal voordelen: de patiënt verblijft meestal korter in het ziekenhuis, heeft minder pijn na de operatie, heeft vaak kleinere littekens en is sneller weer aan het werk. De nadelen van kijkoperaties worden echter vaak onderschat, door zowel chirurgen als patiënten. Omdat chirurgen een videomonitor gebruiken, zien ze slechts een tweedimensionaal beeld van het operatieterrein. Daarnaast hebben de chirurgische instrumenten die worden gebruikt lange handgrepen en deze worden van buiten het lichaam van de patiënt gestuurd, wat voor de chirurg een minder natuurlijke werkwijze kan zijn dan het gebruik van normale chirurgische instrumenten. Daarom kost een kijkoperatie vaak meer tijd dan traditionele chirurgie. Belangrijker nog, vooral bij een nieuwe ingreep: de kans op fouten is groter dan bij traditionele benaderingen door de complexiteit van kijkoperaties. Kijkoperaties veroorzaken tot slot mogelijk minder napijn dan traditionele chirurgie, maar veroorzaakt wel degelijk napijn en vaak meer dan werd verwacht.

Iemand dient een op dit terrein zeer ervaren chirurg te kiezen omdat een kijkoperatie technisch moeilijk is. De patiënt dient vast te stellen dat chirurgie noodzakelijk is en dient de chirurg te vragen hoe de pijn wordt behandeld.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003 op dr. P.A.A. Klok, chirurg n.p.

Naar boven

Volgende: De dag van de operatie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer