MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Problemen die onderweg optreden

Verschillende aandoeningen komen onderweg vaak voor, zelfs bij gezonde mensen.

Zee, reis- of bewegingsziekte

Zee-, reis- of bewegingsziekte (kinetose) tijdens reizen per vliegtuig, boot, trein, bus of auto kan ontstaan door bewegingen, zoals turbulentie en trillingen, en de tegenstrijdige signalen hierover aan de hersenen (zie Duizeligheid en vertigo: Reisziekte). Reisziekte wordt erger door warmte, angst, honger en overmatig eten. De belangrijkste symptomen zijn maagklachten, misselijkheid, braken, zweten en duizeligheid.

Zee-, reis- of bewegingsziekte kan tot een minimum worden beperkt door vóór en tijdens de reis niet te veel te eten en te drinken en ook geen alcohol te gebruiken. Het kan helpen als men de ogen op een stilstaand voorwerp gericht houdt of ergens gaat liggen en de ogen sluit. Andere maatregelen kunnen zijn: een plaats kiezen waar beweging het minst wordt gevoeld (bijvoorbeeld in het midden van een vliegtuig, boven de vleugels), niet gaan lezen en zo mogelijk bij een open raam of een luchtopening gaan zitten. Sommige mensen hebben minder last van zeeziekte in een hut in het midden van een schip die zich dicht bij het waterniveau bevindt. Antihistaminica of scopolamine Handelsnaam
Scopoderm
in pleistervorm (alleen op recept verkrijgbaar) hebben vaak een gunstige uitwerking, vooral als ze vóór vertrek worden gebruikt. Deze geneesmiddelen kunnen slaperigheid, een licht gevoel in het hoofd en een droge mond veroorzaken en kunnen bij ouderen tot verwardheid, vallen en andere problemen leiden. Als deze bijwerkingen optreden, moet de dosering worden verminderd of de behandeling worden gestaakt.

Bloedstolsels (trombose)

Trombose of bloedstolsels kunnen in aders ontstaan wanneer mensen tijdens een reis langdurig in een vliegtuig, trein, bus of auto zitten. Bloedstolsels komen vooral voor bij oudere mensen, mensen met overgewicht, rokers, mensen met spataders of mensen die oestrogeen gebruiken, zwangere vrouwen, mensen die pas een operatie hebben ondergaan of die eerder trombose hebben gehad en mensen die inactief zijn geweest of zich lang niet hebben bewogen. Bloedstolsels vormen zich in de benen of bekkenaders (diepveneuze trombose (zie Aandoeningen van aders: Diepveneuze trombose)) en raken daar soms los en worden door de bloedstroom naar de longen getransporteerd (longembolie (zie Longembolie: Introductie)). Sommige bloedstolsels in de benen veroorzaken geen symptomen terwijl andere kramp, zwelling en kleurveranderingen van de kuiten en voeten veroorzaken. Longembolieën geven veel ernstigere verschijnselen dan bloedstolsels in de benen. Aanvankelijk kan iemand zich niet lekker voelen, gevolgd door kortademigheid, pijn op de borst of flauwvallen. Longembolieën zijn soms dodelijk.

Bloedstolsels kunnen worden voorkomen door tijdens lange reizen veel te gaan verzitten, de benen tijdens het zitten veelvuldig te strekken en te bewegen en om de één of twee uur op te staan om een stukje te lopen en rekoefeningen te doen. Langdurig met de benen over elkaar zitten, kan de bloeddoorstroming in de benen verminderen en dient te worden vermeden. Vocht drinken, niet roken, geen cafeïne en alcohol gebruiken en geen kousen, panty of broeken dragen die de bloedafvoer afklemmen doordat ze strak boven de kuiten en dijen sluiten, kan ook helpen. Alle vliegmaatschappijen geven tegenwoordig in het vliegtuig informatie over het voorkómen van trombose. Elastische steunkousen verbeteren de bloeddoorstroming in de benen en kunnen zinvol zijn. Mensen die eerder trombose hebben gehad of weten hier aanleg voor te hebben en die een lange (vlieg)reis gaan maken, dienen met een specialist over specifieke voorzorgsmaatregelen te overleggen.

Druk in de oren en neusbijholten

Druk in de oren of neusbijholten tijdens het vliegen is het gevolg van luchtdrukveranderingen in de cabine. In een opstijgend vliegtuig daalt de cabinedruk tot beneden de druk van de lucht die zit opgesloten in het middenoor en in neusbijholten die geen goede verbinding met de neusholte hebben. Daardoor komen het trommelvlies en de wand van de neusbijholten onder grote spanning te staan, wat kan leiden tot een knappend geluid in de oren en lichte druk in de neusbijholten of een onaangenaam gevoel. De cabinedruk in een dalend vliegtuig stijgt waardoor soortgelijke symptomen ontstaan. Deze lichte ongemakken verdwijnen meestal als de luchtdruk in de neusbijholten en oren gelijk aan de cabinedruk wordt gemaakt.

Veelvuldig slikken of gapen tijdens het opstijgen en dalen zorgt voor een gelijke luchtdruk in de genoemde holten. Dit is in normale omstandigheden voldoende om het onaangename gevoel in de oren en neusbijholten te verminderen. Bij allergieën, problemen met de neusbijholten en verkoudheid raken de doorgangen die de oren en de neusbijholten met de neusholte met elkaar verbinden echter ontstoken, gezwollen en/of ze komen vol met slijm te zitten, waardoor de luchtdruk niet meer op deze wijze wordt gelijkgemaakt. Mensen met deze problemen kunnen daar veel last van hebben, maar hebben mogelijk baat bij decongestiva (middelen die het slijmvlies doen slinken, neusdruppels of -spray) die vóór de vlucht worden gebruikt. Ze kunnen ook met gesloten mond en dichtgeknepen neusgaten hard uitademen (persen) om de druk gelijk te maken. Mensen met een ernstige verstopping van de neus en neusbijholten dienen, ongeacht de oorzaak, te overwegen hun vliegreis uit te stellen.

Vooral kinderen kunnen door ongelijke luchtdruk last van pijn krijgen. Ze kunnen tijdens het opstijgen en dalen het beste kauwgom kauwen, op harde snoepjes zuigen of iets drinken zodat ze vaak slikken. Baby's kan borstvoeding, de fles of een speen worden gegeven. Zuigelingen ouder dan zeven dagen kunnen in het algemeen veilig per vliegtuig reizen.

Slaapstoornissen

Slaapstoornissen (jetlag) komen vaak voor bij vliegreizen over meer dan drie tijdzones. Slaapstoornissen komen niet voor bij boot-, trein- of autoreizen omdat reizigers dan tijd hebben om zich aan een andere tijdzone aan te passen. Het duidelijkste symptoom is vermoeidheid bij aankomst. Andere symptomen zijn onder meer: prikkelbaarheid, slapeloosheid, hoofdpijn en concentratieproblemen. Jetlag kan tot een minimum worden beperkt door één of twee dagen voor vertrek het slaap- en waakritme geleidelijk te wijzigen (1 tot 2 uur per dag) en aan te passen aan de tijdzone op de plaats van bestemming. Tijdens de vlucht dient veel vocht te worden gedronken. Roken, gebruik van cafeïne en overmatige alcoholconsumptie dienen te worden vermeden. Sommige mensen hebben baat bij melatoninesupplementen. Melatonine is een slaapopwekkend hormoon dat het lichaam normaal in het donker produceert. Melatonine wekt de slaap op zonder vervelende bijwerking wanneer het een uur vóór het slapengaan wordt ingenomen. Andere kortwerkende slaapmiddelen kunnen ook een gunstig effect hebben op het herstel van het slaap-waakritme, maar kunnen bijwerkingen veroorzaken, zoals slaperigheid overdag, geheugenstoornissen en slapeloosheid 's nachts. Oudere mensen kunnen bij gebruik van langwerkende slaapmiddelen verward raken of vallen. Bij aankomst dienen reizigers zich zoveel mogelijk aan het dag-en-nachtritme van het land van bestemming aan te passen (niet overdag gaan slapen), zich zoveel mogelijk aan zonlicht bloot te stellen en tot de avond lichamelijk actief te blijven.

Uitdroging

Uitdroging tijdens het vliegen komt door de lage luchtvochtigheidsgraad in vliegtuigen veel voor. Uitdroging komt vooral vaak voor bij ouderen en bij mensen met bepaalde medische aandoeningen, zoals diabetes en stoornissen waarvoor vochtafdrijvende middelen worden gebruikt. De belangrijkste symptomen zijn: een licht gevoel in het hoofd, slaperigheid, verwardheid en soms flauwvallen. Uitdroging kan ook een droge huid veroorzaken. Uitdroging kan worden voorkomen door veel vocht te drinken en door alcohol en cafeïne te vermijden. Een droge huid kan met vochtinbrengende middelen worden ingesmeerd.

Verspreiding van infectie

Verspreiding van infecties in vliegtuigen krijgt vaak media-aandacht, maar infecties komen er relatief weinig voor. Griep, virale diarree en bacteriële meningitis baren de meeste zorgen. Drie van de vijf reizigers krijgt in het buitenland diarree. Reizigers kunnen het risico van diarree zo klein mogelijk houden door hun handen veelvuldig te wassen. Er bestaat geen betrouwbare manier om na blootstelling bacteriële meningitis te voorkomen, maar de besmettelijkheid is zeer gering.

Afhankelijk van de bestemming kunnen verschillende infecties worden overgedragen door uiteenlopende dieren: in veel landen kunnen zoogdieren als bijvoorbeeld honden, apen en vleermuizen hondsdolheid (rabiës) overdragen; contact met zoogdieren moet daarom worden vermeden. Mocht men toch door een zoogdier worden gebeten of gelikt, dan dient men zo snel mogelijk een arts te raadplegen. In veel landen kunnen ook verschillende infectieziekten door bijvoorbeeld insecten en teken worden overgedragen. In het algemeen dient men zich zorgvuldig tegen insectenbeten te beschermen. Voor specifieke risico's met betrekking tot uitheemse ziekten die dieren op de mens kunnen overbrengen, dient per bestemming informatie te worden ingewonnen.

Kleine verwondingen

Kleine verwondingen komen vaak voor. Ontstekingen van wonden en wondjes komen in de tropen bovengemiddeld veel voor. Daarom zijn een goede ontsmetting en wondhygiëne in de tropen van extra groot belang. Om verwonding te voorkomen, kan het beste niet op blote voeten worden gelopen, ook niet op rotsachtige stranden of tijdens het zwemmen als de bodem niet duidelijk zichtbaar is.

Angst

Veel mensen die reizen hebben last van angst. Vliegangst, claustrofobie en bezorgdheid omtrent medische aandoeningen die tijdens de vlucht zouden kunnen verergeren, zijn bronnen van angst die vaak voorkomen. Samen reizen met een ervaren reiziger of verzorger kan de angst verminderen. Mensen met extreme angst of vliegangst kunnen de huisarts om advies vragen. Voor het effectief omgaan met vliegangst worden in Nederland trainingen in groepsverband aangeboden. Eventueel kunnen kalmerende of angstremmende middelen uitkomst bieden (zie Angststoornissen:Paniekaanvallen en paniekstoornisTabellen).

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Problemen na thuiskomst

Illustraties
Tabellen
Disclaimer